Volheid van volkeren

…totdat de volheid der heidenen binnengaat,
(Romeinen 11:25b)

In heel veel leringen rondom de verhouding tussen Israël en de kerk wordt vaak gerefereerd aan Romeinen 9 tot 11. Dit Bijbelgedeelte zou het bewijs zijn dat er naast de rol die de gemeente van Jezus Christus speelt in Gods heilsplan, ook nog een rol weggelegd is voor Israël, weliswaar in de toekomst. Bovengenoemd tekstcitaat wordt gebruikt om aan te geven dat er een moment zal zijn waarbij de rol van de kerk is uitgespeeld, namelijk het moment waarop de volheid van de heidenen is binnengegaan, en dat daarna Israël tot geloof zal komen en ofwel een aparte rol te vervullen krijgt of dat zij dan in de eindtijd deel gaat uitmaken van de gemeente van Jezus Christus.

De grote vraag die daarbij gesteld kan worden is wat Paulus bedoelt als hij refereert aan “de volheid van de heidenen”. De term “volheid van volkeren” vinden we al terug in het boek Genesis. Paulus kennende, met zijn enorme kennis van de oudtestamentische schriften, zou deze term niet gebruikt hebben als hij daarmee niet een verbinding wilde leggen met deze tekst uit Genesis. Eerst maar even de tekst uit Genesis:

 19Maar zijn vader weigerde het en zeide: Ik weet het, mijn zoon, ik weet het; ook hij zal tot een volk worden en ook hij zal groot worden; nochtans zal zijn jongere broeder groter zijn dan hij, en diens nageslacht zal een volheid van volken worden.
(Genesis 48:19)

In Genesis wordt beschreven hoe Jakob de beide zonen van Jozef, zijn kleinzonen dus, adopteert als zijnde zijn eigen zonen:

 5En nu, uw beide zonen, die u in het land Egypte geboren zijn, voordat ik tot u naar Egypte gekomen was, zij zijn de mijne; Efraïm en Manasse zullen mij als Ruben en Simeon zijn
(Genesis 48:5)

Dat blijkt later ook, als de indeling gemaakt wordt van het volk Israël in stammen, beide, zowel Efraïm als Manasse, een stam vertegenwoordigen.

Aan Abraham wordt beloofd dat hij een vader van vele volken zal zijn, of zoals het hier staat “een menigte volken”:

4Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden5en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb
(Genesis 17:4-5)

Datzelfde wordt beloofd aan Jakob:

 3En Jakob zeide tot Jozef: God, de Almachtige, is mij verschenen te Luz in het land Kanaän en heeft mij gezegend 4en tot mij gezegd: zie, Ik zal u vruchtbaar maken, u vermenigvuldigen en u maken tot een menigte van volken; Ik zal dit land aan uw nageslacht geven tot een altoosdurende bezitting.
(Genesis 48:3-4)

Jakob is dus degene die de zegen van Abraham erft. Deze erfenis wordt vervolgens, zoals we hebben kunnen lezen in Genesis 48:19 door Jakob gelegd op het hoofd van Efraïm, ook hij zal worden tot een volheid van volken. Het Hebreeuwse woord wat hier gebruikt wordt voor volken is הגוים (Goyim Strong H1471), met deze uitdrukking worden over het algemeen alle volken bedoeld, ook die niet tot Israël behoren, en vaak worden met deze uitdrukking alleen Niet-Israëlieten bedoeld.

Kijkend naar de geschiedenis dan mag duidelijk zijn dat Efraïm als stam en als volk verdwenen is onder de volkeren en dat geldt niet alleen voor Efraïm, maar ook voor de overige negen stammen die deel uitmaken van het huis van Israël, trouwens, het hele huis van Israël wordt vaak aangeduid als Efraïm. De profeet Hosea moet dit zinnebeeldig weergeven door te trouwen met een hoer.

2Het begin van het spreken des HEREN door Hosea.
De HERE zeide tot Hosea: Ga heen, neem u een ontuchtige vrouw en kinderen uit een ontuchtige geboren, want het land wendt zich in schandelijke ontucht van de HERE af.
3Toen ging hij heen en huwde Gomer, de dochter van Diblaïm, en zij werd zwanger en baarde hem een zoon. 4De HERE zeide tot hem: Noem hem Jizreël (Jizreël = God zaait), want het zal niet lang meer duren of Ik zal de bloedschuld van Jizreël bezoeken aan Jehu’s huis, en een einde maken aan het koninkrijk van het huis Israëls. 5Te dien dage zal het geschieden, dat Ik Israëls boog verbreken zal in het dal van Jizreël.
6Zij werd wederom zwanger en baarde een dochter; Hij zeide tot hem: Noem haar Lo-Ruchama (Lo-Ruchama = Niet geliefde), want Ik zal Mij voortaan niet meer over het huis Israëls ontfermen, dat Ik hun iets vergeven zou7Doch over het huis van Juda zal Ik mij ontfermen, en hen verlossen als de HERE, hun God. Maar Ik zal hen niet verlossen door boog of zwaard of oorlogstuig, door paarden of door ruiters.
8Nadat zij Lo-Ruchama gespeend had, werd zij zwanger en baarde een zoon. 9Toen zeide Hij: Noem hem Lo-Ammi (Lo-Ammi = Niet mijn volk), want gij zijt mijn volk niet en Ik zal de uwe niet zijn
10Eens echter zullen de kinderen Israëls talrijk wezen als het zand der zee, dat niet te meten of te tellen is. En ter plaatse waar tot hen gezegd wordt: Gij zijt mijn volk niet – zullen zij genoemd worden kinderen van de levende God. 11Dan zullen de kinderen van Juda en de kinderen van Israël zich bijeenscharen, één hoofd over zich stellen, en optrekken uit het land; want groot zal de dag van Jizreël zijn. 12Zegt tot uw broeders: Ammi, en tot uw zusters: Ruchama.
(Hosea 1:1-12)

Het huis van Israël, met Efraïm als hoofdstam, komt in de situatie terecht dat God afscheid neemt en hen niet langer erkent als zijn volk, als zijn geliefde echtgenote. De naam Jizreël duidt erop dat het volk gezaaid wordt te midden van de overige volkeren en daar ter plekke gaat uitgroeien en integraal onderdeel zal worden van deze volkeren. Het huis van Israël wordt dus onderdeel van de Goyim. Pas veel later zullen zij hun status als volk en geliefde terug ontvangen als zij zich scharen onder dat ene Hoofd, namelijk Jezus Christus. Paulus citeert ook uit deze tekst in Romeinen 9:

24En dat zijn wij, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen, 25gelijk Hij ook bij Hosea zegt:
           Ik zal niet-mijn-volk noemen: mijn-volk, en de niet-geliefde: geliefde.
26En het zal geschieden ter plaatse, waar [tot hen] gezegd was: gij zijt mijn volk niet,
          daar zullen zij genoemd worden: zonen van de levende God.
(Romeinen 9:24-26)

Paulus geeft hier aan dat deze tekst uit Hosea slaat op de gemeente van Jezus Christus, de kerk is dus het herstelde huis van Israël, of zoals Paulus dat aangeeft in Galaten 6 “het Israël Gods”.

Terug naar het begin. Als Jacob zijn geadopteerde zoon Efraïm zegent dan voorziet hij dat Efraïm zal bestaan uit een volheid van volken. Paulus grijpt hierop terug in Romeinen 11

25Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, 26en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat:
De Verlosser zal uit Sion komen,
Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.
(Romeinen 11:25-26)

Gans Israël zal behouden worden als, naast het overblijfsel van de Joden, ook de Goyim, de volkeren en/of heidenen tot geloof komen, en zich scharen onder die ene Verlosser die uit Sion zal komen. Samen vormen zij dan het nieuwtestamentische Israël, bestaande uit mensen die uit God geboren zijn en door de Geest deel gekregen hebben aan Jezus die gezeten is aan de rechterhand van God de Vader in de hemel, het nieuwtestamentische Sion. Jezus verklaart tegenover Pilatus het volgende:

36Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier. 37Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem. 
(Johannes 18:36-37)

Het Koninkrijk van God is dus niet fysiek of aards, maar geestelijk en hemels.

18Want gij zijt niet genaderd tot een tastbaar en brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind, 19tot het geklank van een bazuin en tot het geluid van een stem, bij het horen waarvan zij verzochten, dat niet verder tot hen gesproken werd; 20want zij konden dit bevel niet dragen: Zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het worden gestenigd. 21En zó ontzaglijk was het verschijnsel, dat Mozes zeide: Ik ben enkel vreze en beving. 22Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, 23en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben, 24en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel.
(Hebreeën 12:18-24)

3Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus4Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. 5In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, 6tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde7En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom zijner genade, 8welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, 9door ons het geheimenis van zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, 10om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten11in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn wil, 12opdat wij zouden zijn tot lof zijner heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd. 13In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de heilige Geest der belofte, 14die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid.
(Efeziërs 1:3-14)

Veronderstellen dat er in deze tijd nog uitzicht is op een toekomstig Israël, dat geregeerd zal worden vanuit Jeruzalem lijkt mij volstrekt in tegenspraak met deze waarheid, namelijk dat wij deel uitmaken van het hemelse Jeruzalem, deel hebben aan alle hemelse zegen die we ontvangen hebben in Christus. Het herstelde huis van Israël zijn die mensen, Jood en heiden samen die met Christus gezeten zijn in de hemel, het hemelse Sion, van waaruit Jezus regeert.

9Onder geween zullen zij komen en onder smeking zal Ik hen leiden; Ik zal hen voeren naar waterbeken op een effen weg, waarop zij niet struikelen. Want Ik ben Israël tot een vader, en Efraïm, die is mijn eerstgeborene.
(Jeremia 31:9)

De kring van de eerstgeborenen, Efraïm dus, is de gemeente van Jezus Christus. Jezus is de eerstgeborene uit de doden, Hij is het ware zaad van Abraham, bij Hem alleen moeten we zijn om te kunnen horen bij het volk van God en alleen dan is God zelf onze Vader.

 6Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.
(Johannes 14:6)

Geplaatst in Zonder categorie | Een reactie plaatsen

Romeinen 11

Ik vraag dan: God heeft zijn volk toch niet verstoten? Volstrekt niet!
(Romeinen 11:1a)


Hoe dienen wij als christenen in deze tijd te staan tegenover het Joodse volk? God heeft zijn volk niet verstoten hebben we in bovenstaande tekst kunnen lezen, deze tekst en de rest van hoofdstuk 11 worden dan ook steeds gebruikt om te suggereren dat wij Israël moeten steunen, omdat de Joden kennelijk toch het volk van God zijn, ook vandaag. De suggestie is dat de Joden in de huidige tijd nog steeds aanspraak kunnen maken op oudtestamentische beloften gebaseerd op de verschillende verbonden die God met het Joodse volk zou hebben gesloten. Israël is nu eenmaal de edele olijf en heidense christenen mogen daar weliswaar ook een graantje van mee pikken, maar dat neemt nog steeds niet weg dat Israël ,de Joden dus, Gods volk is en dat het uiteindelijke plan van God voornamelijk de Joden zou betreffen.

Deze uitleg van Romeinen 11 is vooral te danken aan het optreden van John Nelson Darby halverwege de negentiende eeuw, die een voor die tijd nieuwe theologie ontwikkeld heeft, wat wij nu kennen als de “Dispensatieleer”. Het voert te ver om hier nu een uitgebreide studie van te maken, maar ik wil er een aantal kernbegrippen uitlichten die kenmerkend zijn voor deze theologie, namelijk:

– dat de kerk en Israël twee te onderscheiden entiteiten zijn die niet met elkaar verward mogen worden,
– dat Gods heilsplan zich primair richt op Israël,
– dat de kerk of gemeente slechts een tussenstap is die te wijten is aan de afwijzing van Jezus destijds door de Joden
– dat God het heilsplan met Israël zal afronden in de eindtijd, nadat de gemeente is opgenomen in de hemel
– en dat tijdens het zogenaamde “Duizendjarig rijk” Israël in het centrum zal zijn.

Dit gedachtegoed is door verschillende invloeden gemeengoed geworden onder 80% van de evangelische kerken in de westerse wereld, ook in Nederland.

In een nadere beschouwing van mijn kant kom ik echter tot een andere conclusie, namelijk dat Romeinen 11 verkeerd wordt uitgelegd. Je moet denken aan zaken zoals context en definities. Met context bedoelen we in eerste instantie het hele gedeelte vanaf Romeinen 9 tot en met hoofdstuk 11, onze uitleg van Romeinen 11 moet dus in harmonie zijn met het door Paulus gestelde in hoofdstuk 9 en 10. Maar je moet het ook breder trekken in de richting van het geheel van de brief aan de Romeinen en het moet ook in harmonie zijn met alle andere brieven die Paulus geschreven heeft, en natuurlijk moet het ook in harmonie zijn met de manier waarop Jezus omgaat met zijn Joodse tijdgenoten en het onderwijs wat Hij gegeven heeft.

Wat ook belangrijk is, is dat we uitgaan van de juiste definities, zoals wie wordt bedoeld met Israël, wie is Gods volk, wat bedoelt Paulus met het begrip besnijdenis en meer van dit soort zaken. Als we hier de mist in gaan dan heeft dat grote gevolgen voor de rest van onze interpretatie van diverse bijbelgedeelten, dus ook op onze uitleg van Romeinen 11.

Uitleg van het gedeelte

Om tot een goede uitleg te komen moeten we eerst kijken naar de toenmalige situatie en alle daarbij aanwezige consequenties. Er is sprake van een nieuwe situatie, na de kruisdood en opstanding van Jezus en daarna zijn hemelvaart gevolgd door de uitstorting van de Heilige Geest op de grote pinksterdag is alles klaarblijkelijk niet meer hetzelfde. De dood en opstanding van Jezus hebben een einde gemaakt aan het belang van alle ceremonieel rondom de tempeldienst, echter in die tijd was de tempel nog wel een gegeven. In Handelingen 21:20 is te lezen dat de Joodse Gemeente in Jeruzalem nog volop betrokken was bij de in mijn optiek overbodig geworden tempeldienst. Wat we hieruit op kunnen maken is dat in deze fase twee verbonden, namelijk het oude verbond met Israël, gekoppeld aan de tempel in Jeruzalem, en het nieuwe verbond in Christus bestemd voor de gemeente, bestaande uit zowel Joden als ook heidenen, nog naast elkaar bestonden. In Hebreeën 8 zegt Paulus over de transitie van een oud naar een nieuw verbond het volgende:

13Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning.
(Hebreeën 8:13)

In de tijd dat Paulus dit schrijft is het oude verbond met alles wat daarmee verbonden is wel verouderd verklaard, maar nog niet verdwenen. Dit schrijft hij zo rond het jaar 65 na Christus, een paar jaar voordat er abrupt een einde komt aan alles wat verbonden is met Jeruzalem en haar tempel, als Jeruzalem en haar tempel met de grond gelijk worden gemaakt in het jaar 70 door de hand van Titus en het Romeinse leger, waarbij naar schatting meer dan een miljoen Joden om het leven zijn gekomen en de rest als slaven zijn afgevoerd. Paulus schrijft de brief aan de Romeinen in deze tussenliggende tijd waarin hij de door Jezus voorzegde vernietiging van Jeruzalem ziet aankomen. In hoofdstuk 9 beschrijft hij zijn hartzeer over het feit dat de meerderheid van zijn Joodse volksgenoten Jezus hebben afgewezen en derhalve onder het oordeel zijn en verloren dreigen te gaan.

1Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, want mijn geweten betuigt mij dit mede door de heilige Geest: 2ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer. 3Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees; 4immers, zij zijn Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften: 5hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen.
(Romeinen 9:1-5)

Paulus beschrijft in hoofdstuk 11 hoe God in Zijn soevereiniteit gebruik gemaakt heeft van het ongeloof van het merendeel  van de Joden, door eerst de deur naar de heidenen inclusief de onder haar verstrooide Israëlieten, die voor het merendeel nog woonden in het gebied ten noorden van het land Kanaän, te openen. De ongelovige takken die verbonden waren aan de edele olijf op grond van het oude verbond, het merendeel van de Joden dus, werden weggebroken omdat zij Jezus niet wilden aanvaarden als Messias, en losgemaakte takken van de wilde olijfboom, 10-stammen Israël samen met de overige volken, worden in de plaats daarvan geënt op de edele olijf, en dat betekent dat zij deel hebben aan de rijke sapstroom die verbonden is met Jezus Christus. Hij is nieuwe tempel, Hij is het nieuwe Israël. Dat betekent echter niet dat daarmee de deur voor Joden dicht gegaan is, maar de uitnodiging om Jezus te aanvaarden als Messias blijft staan voor de Joden. Als zij terugkomen op hun ongeloof en afwijzing zullen ook zij weer terug geënt worden op hun oorspronkelijke plaats, en Paulus vergelijkt dit met “leven uit de doden”.

Historisch gezien is dit ook gebeurd. Alle Joodse christenen zijn in het jaar 67 gevlucht naar de bergen rondom Pella bij de Dode Zee en zijn dus niet omgekomen bij de vernietiging van Jeruzalem. Een ander deel van de arme bevolking is niet omgekomen en heeft zich bij het zien van de vernietiging van Jeruzalem bekeerd en ook deze zijn deel gaan uitmaken van de gemeente van Jezus Christus. Zij worden niet meer als zodanig erkend als Jood en zijn dus een integraal onderdeel geworden van de kerk in het Midden-Oosten. Dat geldt ook in Palestina dus, veel Palestijnen stammen dus af van deze groepen. De terugkeer van de rest van het Joodse volk binnen de geledingen van de kerk is haar tot grote zegen geworden, de vernietiging van stad en tempel betekende wel dat zij afscheid moesten nemen van alles wat nog verbinding had met Jeruzalem.

Het oude verbond is hierbij volledig verdwenen, inclusief haar tempel en ceremonieel, het oudtestamentische Israël bestaat hierna niet meer. Het Rabbijnse Jodendom, wat ontstaan is in het jaar 90 na Christus door de inspanningen van een kleine groep Farizeeën is geen voortzetting van oudtestamentisch Israël maar pure afgoderij gebaseerd op de leer (Talmoed) van de Farizeeën en Schriftgeleerden, waar ook Jezus al voortdurend mee in de clinch lag getuige de beschrijvingen in de evangeliën, met name ook in het Evangelie van Johannes.

Paulus eindigt zijn pleidooi met een prachtige lofprijzing:

33O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!
34Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest?
35Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet?
36Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.
(Romeinen 11:33-36)

Wat Paulus hier ziet is niet alleen Gods magistrale handelen, maar ook de glorieuze uitwerking  voor de gemeente, vooral ook voor de Joden die zich daarbij gevoegd hebben. Het oude verbond met al haar ceremonieel valt volledig in het niet bij het glorieuze nieuwe verbond waar wij deel van uit mogen maken, dankzij Jezus Christus en Zijn vergoten bloed. God heeft zijn volk niet verstoten maar hun op deze manier overgeplaatst naar dat glorieuze nieuwe verbond, waar zij samen met alle volken deel van mogen uitmaken.

Geplaatst in Zonder categorie | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Isaak of Ismael

Direct na de zondeval, terwijl Adam en Eva worden aangesproken door God op de overtreding van het verbod om te eten van de “Boom der kennis van goed en kwaad” geeft God aan de slang en aan Eva een belofte, namelijk dat uit haar een Zaad een Nakomeling zal voortkomen dat de slang de kop zal vermorzelen:

15En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.
(Genesis 3:15)

Met dit Zaad wordt Jezus Christus bedoeld die aan het kruis de macht van de Satan heeft gebroken en hem beroofd heeft van zijn hegemonie. De gevolgen die de overtreding van Adam en Eva met zich meebrengt worden op dat moment terug gedraaid, de mensheid wordt weer met God verzoend, de dood die het gevolg is van de overtreding is hierdoor teniet gedaan. Zoals Paulus het zo mooi formuleert:

54…De dood is verzwolgen in de overwinning.
55Dood, waar is uw overwinning?
Dood, waar is uw prikkel?
(1 Korintiërs 15:54b-55)


God kiest er echter voor om dit, gezien vanuit onze werkelijkheid, niet direct en in een keer te doen, maar dit heilsplan van God wordt door de tijd heen langzaam uitgerold. De keuze die de mensheid heeft gemaakt heeft dusdanige gevolgen dat God moet besluiten om een einde te maken aan de mensheid. Slechts 8 mensen, namelijk Noach en zijn gezin overleven dit grote oordeel van God.

5Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, 6berouwde het de HERE, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. 7En de HERE zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb. 8Maar Noach vond genade in de ogen des HEREN.
(Genesis 6:5-8)

Direct na de zondvloed wordt het er echter niet beter op, de mens blijft kiezen voor zichzelf, ze proberen een toren te bouwen die tot in de hemel reikt, om op die manier aan te geven dat zij God niet erkennen als hoogste gezag, maar zichzelf. In deze tijd volgt de volgende stap in Gods heilsplan, Hij kiest één man, namelijk Abram, om met hem het plan verder uit te werken. Abram woonde bij zijn familie, eerst in Ur der Chaldeeën bij de monding van de Eufraat en later in Haran, meer richting de bron van de Eufraat. God roept hem om dit gebied, dat verbonden is met Babel en haar toren, en zijn familie achter zich te laten en te gaan naar een land waar hij en zijn nageslacht zal wonen.

1De HERE nu zeide tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; 2Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. 3Ik zal zegenen wie u (Abram) zegenen, en wie u (Abram) vervloekt zal Ik vervloeken, en met u (Abram) zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.
7Toen verscheen de HERE aan Abram en zeide: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven. (Genesis 12:1-3; 7a)

Later in de tijd sluit God met Abraham een verbond, dat als het ware zowel het oude verbond ten tijde van Mozes alsook het nieuwe verbond in Christus in zich meedraagt. Dit verbond is Gods eenzijdige onvoorwaardelijke toezegging met eeuwige implicaties.

7Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. 
(Genesis 17:7)

Abraham heeft echter twee zonen, die allebei deel uitmaken van dat verbond, niet alleen Isaak, maar ook Ismael is met Abraham besneden, echter wordt Ismael later, na de geboorte van Isaak, samen met zijn moeder weggezonden, omdat hij uiteindelijk geen blijvend deelgenoot zal zijn van het grote plan van God. Paulus legt in Galaten 4 uit dat deze beide zonen zinnebeeldig zijn , namelijk Ismael de zoon van het vlees, door hem verbonden met het oude Jeruzalem en het fysieke Israël, en Isaak, die verbonden is met het nieuwe Jeruzalem en daaraan gekoppeld de gemeente van Jezus Christus

22Er staat immers geschreven, dat Abraham twee zonen had, één bij de slavin en één bij de vrije. 23Maar die van de slavin was naar het vlees verwekt, doch die van de vrije door de belofte. 24Dit is iets, waarin een diepere zin ligt. Want dit zijn twee bedelingen: de ene van de berg Sinaï, die slaven baart, dit is Hagar. 25Het (woord) Hagar betekent de berg Sinaï in Arabië. Het staat op één lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij. 26Maar het hemelse Jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder. 27Want er staat geschreven:
Verheug u, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij die geen weeën kent; want talrijker zijn de kinderen der eenzame dan van haar, die een man heeft. (Jesaja 54:1)
28En gij, broeders, zijt, evenals Isaak, kinderen der belofte. 29Maar zoals destijds hij, die naar het vlees verwekt was, hem, die naar de geest verwekt was, vervolgde, zo ook nu. 30Maar wat zegt het schriftwoord? Zend de slavin weg met haar zoon, want de zoon der slavin zal in geen geval erven met de zoon der vrije. 31Daarom, broeders, zijn wij geen kinderen ener slavin, maar van de vrije.
(Galaten 4:22-31)

Het fysieke Israël kan alleen maar gezien worden als een soort intermezzo, totdat het beloofde zaad ofwel nageslacht, namelijk Jezus Christus ten tonele verschijnt. Net als in de tijd Abraham zijn zoon Ismael de deur uit moet sturen, zo maakt God ook een eind aan het oude verbond om plaats te maken voor een nieuw verbond, dat door Jezus verbonden wordt met zijn bloed

28Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.
(Mattheus 26:28)

Johannes formuleert het heel mooi als hij zijn evangelie inleidt:

11Hij kwam tot het zijne(zijn volk), en de zijnen(zijn volksgenoten) hebben Hem niet aangenomen. 12Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; 13die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn.
(Johannes 1:12-13)

Je kunt hier duidelijk uit afleiden dat het nieuwe volk van God wereldwijd is en niet langer beperkt tot het fysieke Israël , allen staat er, allen die Hem aangenomen hebben. Het ware volk van God is dat volk, dat zijn die kinderen die verbonden zijn met Jezus Christus. Vast houden aan het fysieke Israël en haar verbond staat gelijk aan de weigering om Ismael de laan uit te sturen en dat heeft grote gevolgen. Je zult de diepte van het nieuwe verbond nooit volledig begrijpen als je meent vast te moeten houden aan dat oude verbond, een verbond dat volgens Paulus gedoemd is om te verdwijnen:

13Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning.
(Hebreeën 8:11)

Met de vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 door de Romeinen is dan ook definitief een einde gekomen aan de tempeldienst en alle daaraan gekoppelde ceremonieel en daarmee aan het oude verbond en haar priesterdienst. Het draait niet om het fysieke nageslacht van Abraham, maar om het geestelijke, kijk maar hoe Paulus in Galaten 3 dit verder uitwerkt

16Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus. 
26Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus. 27Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. 28Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus. 29Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.
(Galaten 3:16; 26-29)

Jezus Christus is het beloofde nageslacht, Hij is de erfgenaam van de beloften, wij de gemeente van Jezus Christus zijn in Christus nageslacht van Abraham en derhalve erfgenaam. Uiteindelijk draait het allemaal om Jezus Christus en die gekruisigd en om niets en niemand anders

Geplaatst in Zonder categorie | Een reactie plaatsen

WELKE JEZUS DIEN JIJ??

Geplaatst door Brendon Powell

Er lijkt tegenwoordig meer dan één Jezus te zijn om uit te kiezen. Wie is de ware Jezus en wie volg ik?

Er is een ‘zoeker vriendelijke’ Jezus, hij is degene die hoe dan ook bij niemand aanstoot zal geven. Hij houdt van iedereen, wat ze ook doen.

Er is een ‘zaai en oogst’ Jezus, hij sloot een verbond met de mens, zodat de mens zijn zaad kon zaaien en rijkdom en geluk kon oogsten op aarde en dan naar de hemel kon gaan als hij sterft.

Er is een ‘opgaan in de wereld’ Jezus, hij wil dat we eruit zien, handelen en zijn als de wereld om de verlorenen te bereiken.

Er is een ‘nooit eindigende genade’ Jezus, zijn ‘genade’ bedekt ons, wat we ook doen of hoe we ook leven.

Er is een ‘geloof maar’ Jezus. Zolang je echt in je hart gelooft, ben je gered.

Er is een ‘name it en claim it’ Jezus. Noem maar op; Alles en het is van jou! Als je het niet krijgt, komt dat omdat je geen geloof hebt. Het is jouw schuld.

Er is een ‘vleselijke’ Jezus, hij verwacht niet dat je de zonde overwint, hij begrijpt dat je gewoon vleselijk bent.

Er is een ‘in het hart wonende’ Jezus. Het enige wat je hoeft te doen is hem in je hart binnen te komen en voilà, hij is er. Je gaat naar de hemel!

Waarheid:

Er is de Jezus die zei: ‘Bekeert u en gelooft het evangelie, het Koninkrijk van God is nabijgekomen.’
-Marcus 1:15

Hij zei: ‘Verloochen uzelf, neem uw kruis op en volg Hem.’
-Lucas 9:23-25

Hij zei dat je zonder Hem al veroordeeld bent.
-Johannes 3:18

Hij zei dat Hij kwam om de wereld te redden
-Johannes 3:16

Hij zei dat je Zijn discipel niet kunt zijn, tenzij je alles verzaakt wat je hebt.
-Lucas 14:33

Hij zei dat als we iemand meer liefhebben dan Hem, we Hem niet waard zijn.
-Mattheüs 10:37-39

Hij zei dat als je van dit leven houdt, je het zult verliezen.
-Johannes 12:25-26

Hij zei dat je niet én God én geld kunt dienen.
-Mattheüs 6:24

Hij zei: vrees God, die zowel lichaam als ziel in de hel kan vernietigen.
-Mattheüs 10:28

Hij zei: wees radicaal in je strijd tegen de zonde.
-Mattheüs 18: 8-9

Hij zei: heb God lief met heel je hart, ziel en verstand en je naaste als jezelf.
-Mattheüs 22:37-39

Hij zei dat Hij het licht van de wereld is.
-Johannes 8:12

Hij zei dat de poort smal is en de weg moeilijk en weinigen vinden hem.
-Mattheüs 7:13-14

Hij zei dat degenen die in Hem geloven maar ongerechtigheid werken, zullen worden uitgeworpen.
-Mattheüs 7:21-23

Hij zei dat je gehaat zult worden omwille van Zijn naam, maar als je tot het einde volhardt, zul je gered worden.
-Mattheüs 10:22

Hij zei dat Ik de weg, de waarheid en het leven ben. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.
-Johannes 14:6

Welke Jezus dient u?


Dit oorspronkelijk in het Engels verschenen bericht is door prophetic@revivalschool.com gepubliceerd

REVIVAL List wordt gepubliceerd door-Andrew Strom, West Auckland, Nieuw-Zeeland.

Geplaatst in Zonder categorie | Een reactie plaatsen

Complot feit of fictie?

De laatste jaren kom ik in de media en ook in het politieke debat de term “complottheorie” veel tegen. Als er door de één gewaarschuwd wordt voor dreigende zaken, dan gebruikt de ander vaak deze term om datgene te bagatelliseren. En er wordt nogal eens gewaarschuwd, gewaarschuwd voor agenda’s die achter beleid schuil zouden gaan. Mensen die kritiek hebben op het hele klimaatbeleid of het zogenaamde stikstofbeleid om maar een paar zaken te benoemen, worden vaak weggezet als complotdenkers die niet serieus genomen hoeven te worden, er hoeft in een dergelijk geval geen inhoudelijk debat plaats te vinden, dat zou in zo’n geval te vergelijken zijn met “paarlen voor de zwijnen”. De vraag die dat bij mij oproept is of niet juist deze manier van handelen, met het doel om eventuele tegenstanders bij voorbaat het zwijgen op te leggen, een aanwijzing is dat het beoogde of gevoerde beleid een inhoudelijke toets niet kan doorstaan. Ook in kerkelijke kring wordt al snel naar dit middel gegrepen om te voorkomen dat we inhoudelijk zouden moeten nadenken over zaken, gepaard gaande met allerlei onrust die een inhoudelijke beoordeling met zich mee zou kunnen brengen.

Als we nu naar de bijbel gaan dan zijn hier wel een aantal opmerkingen bij te maken. Zogenaamde samenzweringen komen toch regelmatig voor. De machtsovername door Absalom in de dagen van David is zo’n voorbeeld van een samenzwering. Ook in het boek Handelingen komen zo’n voorbeeld tegen, als een groep joden er op uit is om Paulus te vermoorden.

12En toen het dag was geworden, maakten de Joden een complot en vervloekten zichzelf met de gelofte, dat zij niet zouden eten of drinken, voordat zij Paulus hadden gedood. 13En het waren er meer dan veertig, die deze samenzwering maakten; 14dezen gingen naar de overpriesters en de oudsten en zeiden: Wij hebben onszelf met een vloek verbonden om niets te nuttigen, voordat wij Paulus gedood hebben. 15Geeft gij nu de overste, met de Raad, duidelijk te verstaan, dat hij hem voor u moet brengen, alsof gij nauwkeuriger van zijn zaak op de hoogte wildet komen; dan nemen wij op ons hem uit de weg te ruimen, eer hij nog dichtbij is.
(Handelingen 23:12-15)

Kennelijk was er ook in Bijbelse tijd sprake van mensen die in het geheim afspraken maakten voor het bereiken van een vooraf bedoeld resultaat, in dit geval de dood van Paulus. Wij moeten er rekening mee houden dat mensen met schimmige agenda’s hier niet openlijk mee voor de dag komen maar zaken achter gesloten deuren besluiten. Vandaag de dag lijkt het steeds vaker voor te komen dat er overlegstructuren ontstaan die zich aan het publiek lijken te onttrekken. Om maar een voorbeeld te noemen, we kennen tegenwoordig het World Economic Forum (WEF), die jaarlijks bijeenkomsten organiseert in Davos waarbij hooggeplaatsten uit maatschappij, de politiek en het internationaal bedrijfsleven samen komen om te spreken over de toekomst van de wereld. Deze bijeenkomsten vinden voor een belangrijk deel plaats achter gesloten deuren. De vraag mag gesteld worden waarom dit zo nodig achter gesloten deuren moet plaats vinden? Naast dit forum zijn er internationaal heel veel van dergelijke overlegstructuren, die zich onttrekken aan publieke waarneming, de vraag is dan ook gerechtvaardigd waar dit goed voor is.

In Psalm 2 komen we echter zo’n voorbeeld tegen, met de achterliggende motivatie. Even de tekst:

1Waarom woelen de volken
en zinnen de natiën op ijdelheid?
2De koningen der aarde scharen zich in slagorde
en de machthebbers spannen samen
tegen de HERE en zijn gezalfde:
3Laat ons hun banden verscheuren
en hun touwen van ons werpen!
(Psalm 2:1-3)

Wij hebben elke dag te maken met een grote strijd tussen goed en kwaad. De duivel, de leugenaar van de beginne, bedient zich van allerlei trucks om zijn belang veilig te stellen, hij doet dit vaak niet openlijk, maar in het geheim. De volkeren en hun machthebbers vallen in veel gevallen onder het bewind van de duisternis, en bedienen zich dus van dergelijke middelen, met als uiteindelijke doel om God en Jezus buiten spel te zetten, om op die manier te kunnen doen en laten wat ze willen, zonder ook maar ergens aan gebonden te zijn. En denk niet dat het bij ons niet speelt, dat zou erg naïef zijn. Ook binnen de kerkelijk structuur weet de vijand binnen te dringen om van binnenuit de boel te verstieren. In de confrontatie tussen Jezus en de Farizeeën blijkt dit duidelijk, Jezus beschuldigt de Farizeeën dat zij kinderen van de duivel zijn.

44Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen. 45Maar omdat Ik u de waarheid zeg – Mij gelooft gij niet.
(Johannes 8:44-45)

Wat hieruit duidelijk blijkt is dat het godsdienstige systeem van die tijd, gekoppeld aan de synagoge, geïnfiltreerd was door mensen die zich uiterlijk erg vroom voor deden, maar volgens Jezus feitelijk in dienst stonden van de duivel in zijn trawanten. Als dat gold in de tijd van Jezus, dan moeten we ervan uitgaan dat dat vandaag de dag nog steeds het geval is. Wat je vaak ziet is dat de bijbel in diskrediet wordt gebracht met zogenaamde wetenschappelijk argumenten om op die manier twijfel te zaaien in het hart van mensen, met vaak desastreuze gevolgen van dien. Om maar een voorbeeld te noemen, wat ik vaak tegen kom is dat gesuggereerd wordt dat het oude testament geschreven zou zijn in de tijd na de Babylonische ballingschap zo rond de tweede of derde eeuw voor Christus, en dat alles wat gaat over wat er eerder heeft plaats gevonden gebaseerd zou zijn op oude verhalen en aangedikt zou zijn. Het resultaat is dus dat er getwijfeld wordt aan Mozes en datgene wat hij zou hebben opgeschreven, inclusief de beschrijvingen over schepping, zondvloed, uittocht uit Egypte en de wetgeving op de Sinaï. De bijbel zou dus niet meer te vertrouwen zijn en moet dus met een korrel zout genomen worden. In de bijbel zelf worden we uitdrukkelijk gewaarschuwd voor dit fenomeen:

3Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, 4en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is. 5Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat, 6waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water. 7Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen.
(2 Petrus 3:3-7)

We worden gewaarschuwd voor het opzettelijk, willens en wetens betwijfelen van de historiciteit van schepping en zondvloed, om op die manier ook het komende oordeel weg te kunnen redeneren. Het gevolg van deze handelwijze is dat we menen te kunnen doen en laten wat we zelf willen. Gods normen en waarden worden op grote schaal terzijde geschoven. De hele “woke agenda” die internationaal gepusht wordt is hier bij uitstek een voorbeeld van. Het is voor ons dan ook van het grootste belang dat we wakker zijn en niet zo naïef dat we denken dat dit onze deur wel voorbij zal gaan. Psalm 2 leert ons dat er sprake is van een complot tegen God en Jezus, in welke vorm dan ook. Het kenmerk van waakzaamheid is dus dat we bij voorbaat uitgaan van het feit dat we belazerd worden, goedgelovig te denken dat mensen, met name in belangrijke posities het beste met ons voor hebben is uiterst naïef en dus gevaarlijk. God waarschuwt ons voor het verkeerde hart:

Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen? Ik, de HERE, doorgrond het hart en toets de nieren, en dat, om aan een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner daden.
(Jeremia 17:9-10)

Uitgaan van het goede van de mens lijkt een nobel iets, maar als we doorhebben dat mensen onder directe invloed van de duivel kunnen staan moet je ervan uitgaan dat de kans groot is dat er gelogen wordt. Er is een goed voorbeeld te vinden van corruptie in de bijbel. Als Achab (in 1 Koningen 22) de strijd wil aanbinden met Syrië, dan vraagt hij zijn collega van Juda, Josafat, om met hem op te trekken. Als Josafat vervolgens vraagt om een woord van de HERE dan komt Achab op de proppen met 400 profeten, die kennelijk zozeer onder invloed staan van Achab, dat zij allemaal hetzelfde verkeerde advies geven. Als Josafat vervolgens doorvraagt of er wellicht ook nog een onafhankelijke profeet is dan komt Achab op de proppen met Micha:

7Doch Josafat zeide: Is hier niet nog een profeet des HEREN? Laten wij het dan door hem vragen. 8De koning van Israël zeide tot Josafat: Er is nog één man door wie wij de HERE kunnen raadplegen, maar ik haat hem, omdat hij over mij nooit iets goeds, maar alleen onheil profeteert: Micha, de zoon van Jimla
(1 Koningen 22:7-8)

Deze Micha zou in onze tijd weggezet zijn als een complotdenker. Door waakzaam te zijn ten aanzien van potentiële verborgen agenda’s bevinden we ons bijbels gezien kennelijk in goed gezelschap. De profeten die mee-eten van de tafel van de koning zijn niet betrouwbaar en behept met een leugengeest, deze profeten vertegenwoordigden toen de overgrote meerderheid. Micha was echter een eenling, alleen hij had het bij het rechte eind. Durven wij een Micha te zijn?

Wees waakzaam dus!

Geplaatst in Zonder categorie | Getagged , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Verbond?

Als Israël uitgeleid is uit Egypte, dan ontmoeten zij God, de HERE, bij de berg Sinaï. God sluit daar met Israël een verbond, te vergelijken met een huwelijkscontract. Deze verbondsluiting gaat gepaard met extreme manifestaties, zo erg dat het volk weigert nog naar de stem van God te luisteren en aan Mozes vraagt om op te treden als een soort middelaar. Dit is allemaal te lezen in de hoofstukken 19 en 20 van het boek Exodus. Als we inzoomen op wat God te melden had aan het volk, dan komen we de volgende tekst tegen:

3Toen klom Mozes op tot God, en de HERE riep tot hem van de berg, en zeide: Zó zult gij zeggen tot het huis van Jakob en meedelen aan de Israëlieten: 4gij hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot Mij gebracht heb. 5Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. 6En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult.
(Exodus 19:4-6)

We hebben eerder kunnen lezen hoe Israël is uitgeleid uit Egypte en hoe God heeft afgerekend met de Farao en zijn leger. Als het volk dan uiteindelijk bij de berg Sinaï aangekomen is dan is het eerste wat God doet bij monde van Mozes het volk uitdagen om zijn vertegenwoordigers te zijn in de wereld. Vanwege de zonde is de wereld onder beslag gekomen van de duisternis en de satan en zijn trawanten, Israël zou het enige volk zijn dat God onder Zijn bewind terugbrengt. Israël moest dienen als een koninkrijk van priesters, een voor God apart gezet, heilig volk, wat Hem op een unieke manier zou zijn toegewijd. Er is echter sprake van twee voorwaarden waar Israël aan moet voldoen, namelijk luisteren naar God, wat Hij te zeggen heeft, en zich daaraan houden, zich onderwerpen dus. Ik heb de woorden “indien” en “dan” even onderstreept om duidelijk naar voren te halen dat het aangeboden verbond gekoppeld is aan de genoemde voorwaarden. Als Israël hiertoe bereid is, dan mogen zij Gods volk zijn.

Al lezend door de bijbel wordt één ding vooral duidelijk, dat de overgrote meerderheid van het volk niet bereid is te voldoen aan de gestelde voorwaarden, zij weigerden om anders te zijn dan de andere volken om zich heen, met als resultaat dat God het verbond, c.q. het huwelijkscontract verbreekt. Onder andere Jesaja en Jeremia geven dit aan. Even de teksten:

1Zo zegt de HERE: Waar toch is de scheidbrief uwer moeder, waarmede Ik haar verstoten heb? Of wie van mijn schuldeisers is het, aan wie Ik u verkocht heb? Zie, om uw ongerechtigheden zijt gij verkocht en om uw overtredingen is uw moeder verstoten.
(Jesaja 50:1)

 8Maar Ik zag, toen Ik Afkerigheid, Israël, ter oorzake van haar echtbreuk, verstoten en haar de scheidbrief gegeven had, dat haar zuster, Trouweloze, Juda, zich niet liet afschrikken, maar heenging en eveneens ontucht pleegde; 9en door haar lichtvaardig gepleegde ontucht ontwijdde zij het land; ja, zij bedreef overspel met steen en met hout. 
(Jeremia 3:8-9)

Uit beide teksten blijkt dat God, nadat Hij geruime tijd geconfronteerd is geweest met de ongehoorzaamheid van het volk, besluit om een einde te maken aan het huwelijksverbond uit Exodus en Israël de scheidbrief te geven. Slechts onder hele strenge voorwaarden zou er sprake kunnen zijn van herstel, hiervoor is het nodig dat de bruidegom, namelijk Jezus Christus sterft. In Hebreeën 8 wordt dit door Paulus uitgelegd, hij citeert daar de belofte van een nieuw verbond uit Jeremia 31:31-34. Het nieuwe verbond is dus in Christus, bestemd voor ieder die geloofd, eerst komen de Joden daarvoor in aanmerking, maar later ook alle overige volken, die geen deel uitmaakten van het eerste verbond.

De vraag die tegenwoordig gesteld moet worden is of de claim dat het huidige Joodse volk nog steeds gezien kan worden als het volk van God overeind gehouden kan worden. Het huidige Israël bestaat voor het overgrote deel uit atheïsten, voor een veel kleiner deel uit gelovige Joden en slechts een heel klein percentage uit christenen. Het huidige Israël is één van de toplanden op het gebied van abortus en homoseksualiteit, zaken die uitdrukkelijk ingaan tegen de geboden van God, maar dat is nog niet alles. In het boek Spreuken komen we een aantal zaken tegen die God haat, één ervan heeft betrekking op het vergieten van onschuldig bloed:

16Deze zes dingen haat de HERE,
ja, zeven zijn Hem een hartgrondige gruwel:
17hoogmoedige ogen, een valse tong,
handen die onschuldig bloed vergieten,
18een hart dat heilloze plannen smeedt,
voeten die zich haasten om naar het kwade te snellen,
19wie leugens uitblaast als een vals getuige
en wie twist stookt tussen broeders.
(Spreuken 6:16-19)

Als Israël in 2023 besluit om het Palestijnse gebied van Gaza te bombarderen, dan worden niet alleen de Hamas strijders getroffen, maar voor het grootste deel worden vrouwen en kinderen getroffen en infrastructuur vernietigd terwijl het aantal Hamas-strijders niet lijkt af te nemen, maar lijkt toe te nemen. Zomaar bommen uitstrooien op een gebied waar burgers wonen, die voor een belangrijk deel ook nog eens christenen zijn, staat gelijk aan het vergieten van onschuldig bloed en zal, net als in het oude testament uiteindelijk resulteren in het oordeel van God. Als God afscheid neemt van het oude Israël omdat zij niet voldoen aan de voorwaarden van het verbond, dan geldt dit nog steeds, ook voor het huidige. Wat naar mijn mening nog erger is, is dat veel belijdende christenen instemmen met wat Israël aan het doen is in Gaza en trouwens ook op de Westbank. Ik hoor zelfs geluiden dat men in christelijke kring suggereert dat Israël doet wat ooit door God gevraagd is in de tijd van Mozes, namelijk het uitroeien van Amelek, de Palestijnen zouden in die visie Amelek vertegenwoordigen. De suggestie dat de Palestijnen Amelek zouden vertegenwoordigen is nergens op gebaseerd, Palestijnse broeders en zusters in Christus hebben niets van doen met Amelek. Door in te stemmen met dit oorlogsgeweld kleeft er bloed aan de handen van deze mensen die zich christen noemen, anders kan ik het niet zien.

 15Wanneer gij uw handen uitbreidt, verberg Ik mijn ogen voor u; zelfs wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; uw handen zijn vol bloed16Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen; 17leert goed te doen, tracht naar recht, houdt de geweldenaar in toom, doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak der weduwe.
18Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de HERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol. 19Als gij gewillig zijt en luistert, zult gij het goede des lands eten; 20maar als gij weigert en weerspannig zijt, zult gij door het zwaard worden verteerd, want de mond des HEREN heeft het gesproken.
(Jesaja 1:15-20)

Vergeving ontvangen is duidelijk gekoppeld aan voorwaarden, zegen ontvangen we als we gewillig zijn, als we echter weerspannig zijn komen wij onder de vloek terecht. Bekering is de noodzakelijke voorwaarde voor het ontvangen van vergeving, als wij ons niet bekeren, dan blijft de bloedschuld op ons rusten, met alle gevolgen van dien. Onschuldige mensen, ook als het Palestijnen betreft, op die manier de rug toekeren is zonde, alleen bekering brengt vergeving. Dit is wat God spreekt in Jesaja:

1Zie, de hand des HEREN is niet te kort om te verlossen, en zijn oor niet te onmachtig om te horen; 2maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort. 3Want uw handen zijn met bloed bezoedeld en uw vingers met ongerechtigheid; uw lippen spreken leugen, uw tong prevelt onrecht. 
(Jesaja 59:1-3)

Het hart van God is duidelijk gericht op verlossing, echter niet zonder voorwaarden. Wij zullen ons moeten bekeren. Dit is wat Jezus onderwees:

9Zalig de vredestichters,
want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.
(Mattheus 5:9)

Geplaatst in Zonder categorie | Een reactie plaatsen

Palestina

Op 7 oktober 2023 was het raak in Israël, Hamas brak door de grens barrière heen en viel Israël binnen, met een groot aantal doden tot gevolg en het gevangen nemen van gijzelaars. In reactie daarop viel Israël Gaza aan met bommen en viel het leger Gaza binnen. Met vele doden tot gevolg en de vernietiging van bijna de hele infrastructuur. Het aangekondigde doel van de militaire actie was om Hamas te vernietigen. Pas vlak voor de inauguratie van President Trump, meer dan 15 maanden later kwam er een zogenaamd “Ceasefire” tot stand. Het officiële dodental in Gaza ligt rond de 43.000, echter circuleren er ook andere aantallen rond in de media. Artsen betrokken bij Gaza spreken op basis van hun ervaring over een schattingen van meer dan 200.000 doden waarvan het merendeel bestaat uit vrouwen en kinderen. Afgezet tegen de achtergrond van een veel kleiner aantal doden aan de kant van Israël en een paar honderd gijzelaars rijst bij mij de vraag over de rechtmatigheid en proportionaliteit van de actie van de Israëlische regering en het leger. Als ik kijk naar de beelden die te zien zijn over hoe Gaza er nu bij ligt dan lijkt herstel zo goed als onmogelijk, in ieder geval niet op korte termijn.

Er zijn veel vragen te stellen, die betrekking hebben op de ontstane situatie en het lijkt mij dat we deze vragen dan maar in kaart moeten brengen en per stuk behandelen:

– Hoe is de staat Israël ontstaan?
– Heeft de staat Israël überhaupt bestaansrecht?
– Is het zionisme en de daardoor ontstane staat Israël de vervulling van bijbelse beloften?
Wat is de positie van de plaatselijke Palestijnse bevolking en wat zou onze verhouding moeten zijn ten opzichte van hen?
Kan Israël zich zomaar Palestijnse eigendommen toe-eigenen?
– Is het verzet vanuit Palestijnse kant rechtmatig of terroristisch?
– Kan Hamas gezien worden als een legitieme verzetsbeweging of is Hamas per definitie een terroristische organisatie?

Hoe is de staat Israël ontstaan?

Aan het einde van de negentiende eeuw ontstond er een beweging die erop uit was om voor Joden een thuisland te creëren. Deze beweging is bekend geworden als de zionistische beweging. Vanuit deze beweging is gekeken naar mogelijkheden om één en ander te realiseren. De val van het Ottomaanse rijk aan het eind van de eerste wereldoorlog en de daarop volgende toewijzing van het grondgebied aan westerse mogendheden gaf openingen om bij de westerse politiek te gaan lobbyen voor een potentiële aanspraak op een deel van het Britse mandaat in Palestina, met de uitdrukkelijke wens voor het ontstaan van een Joodse staat. Na de tweede wereldoorlog is de Verenigde Naties opgericht. Met de holocaust nog vers in het geheugen is het eerste dat deze organisatie in 1947 heeft besloten om Palestina te verdelen in een Joods gedeelte en een Palestijns gedeelte. In mei 1948 heeft men onder leiding van Ben Gurion officieel de staat Israël uitgeroepen. Dit is kortweg de ontstaansgeschiedenis van de huidige staat Israël.

Heeft de staat Israël überhaupt bestaansrecht?

Als er geen sprake zou zijn geweest van gewelddadigheden, zou op basis van toezeggingen die gedaan zijn door de Fransen en de Britten de plaatselijke bevolking in Palestina hebben kunnen kiezen voor zelfbestuur op basis van verkiezingen. Deze toezeggingen zijn elders wel nagekomen, met als gevolg dat er verschillende Arabische staten zijn ontstaan, echter deze toezegging is in het Palestijnse gebied niet nagekomen. De toenmalige meerderheid van de bevolking was Palestijns, dus lag het voor de hand dat er een autonoom Palestina zou zijn ontstaan waar ook Joden, die zich daar hadden gevestigd deel van zouden uitmaken. In een dergelijk geval zou er dus geen Joodse staat zijn ontstaan. Als de VN destijds niet had besloten om het land te verdelen, zou dit ook de te verwachten uitkomst zijn geweest. Je zou de vraag kunnen stellen of de VN wel opereerde binnen haar bevoegdheden, met het besluit tot verdeling.

Is het zionisme en de daardoor ontstane staat Israël de vervulling van bijbelse beloften?

In de kerkelijke traditie is men er in grote meerderheid van uitgegaan dat de Kerk of Gemeente van Jezus Christus gezien moet worden als de voortzetting van het oude Israël, dat wat Israël was onder het oude verbond is de gemeente bestaande uit Jood en heiden samen onder het nieuwe verbond. Gedurende de negentiende eeuw kwam dit gedachtegoed onder druk te staan vanuit de theologie van John Nelson Darby, die naast vele andere zaken onder andere het gedachtegoed ontwikkelde dat Israël en de Gemeente twee te onderscheiden entiteiten zijn, elk met een eigen evangelie en die mogen niet met elkaar verward worden. Het evangelie van het Koninkrijk dat door Jezus verkondigd was zou bestemd zijn voor Israël, terwijl het evangelie van de genade dat door Paulus werd verkondigd voornamelijk zou zijn bestemd voor de overige volkeren. Hij voorziet dan ook een toekomstig herstel van het fysieke Israël met Jeruzalem als hoofdstad. Dit gedachtegoed stuitte op veel verzet binnen de toenmalige kerk, een man als Spurgeon onder andere, een Londense bijbelleraar binnen de baptistenbeweging was een zeer uitgesproken tegenstander van dit gedachtegoed. Het gedachtegoed van Darby heeft in de eerste helft van de twintigste eeuw een enorme boost gehad door het uitbrengen van de zogenaamde Scofield Reference Bible voorzien van het commentaar van Darby. Destijds is deze bijbel uitgedeeld op nagenoeg alle theologische opleidingen in Amerika. Door de tijd heen heeft dit gedachtegoed steeds meer grond onder de voeten gekregen binnen verschillende kerkelijke stromingen. Het ontstaan van de staat Israël in 1948 en de inname van Jeruzalem in 1967 heeft hierop enorme invloed gehad, zodat nu in deze tijd de meeste kerkelijke stromingen van evangelische en orthodox reformatorische signatuur dit gedachtegoed wat betreft Israël hebben omarmd.

Maar is dit wat de bijbel ons leert? Is fysieke afstamming van Abraham, Izaäk en Jacob de norm of zit het anders in elkaar? Zowel Johannes de Doper als ook Jezus en Paulus spreken over het nageslacht van Abraham als zijnde diegenen die zich bekeren en Jezus Christus aanvaarden als de beloofde Messias. Maar even een paar teksten:

8Brengt dan vruchten voort, die aan de bekering beantwoorden. En gaat niet bij uzelf zeggen: Wij hebben Abraham tot vader; want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken.
(Lucas 3:8)

37Ik weet, dat gij Abrahams nageslacht zijt; maar gij tracht Mij te doden, omdat mijn woord bij u geen plaats vindt. 38Wat Ik gezien heb bij de Vader, spreek Ik; zo doet ook gij, wat gij van uw vader gehoord hebt. 39Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zeide tot hen: Indien gij kinderen van Abraham zijt, doet dan de werken van Abraham40maar nu tracht gij Mij te doden, een mens, die u de waarheid gezegd heeft, welke Ik van God gehoord heb; dit deed Abraham niet.
(Johannes 8:37-40)

16Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus17Ik bedoel dit: de wet, die vierhonderd dertig jaar later is gekomen, maakt het testament, waaraan door God tevoren rechtskracht verleend was, niet ongeldig, zodat zij de belofte haar kracht zou doen verliezen. 18Immers, als de erfenis van de wet afhangt, dan niet van de belofte; en juist door een belofte heeft God aan Abraham zijn gunst bewezen.
26Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus. 27Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. 28Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus. 29Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.
(Galaten 3:16-18;26-29)

De genoemde citaten koppelen nageslacht of zaad niet aan fysieke criteria, maar aan bekering en geloof en dit geldt niet alleen binnen het nieuwe verbond, maar was ook binnen het oude verbond steeds de voorwaarde. Nadat Israël uitgeleid was uit Egypte is vanwege ongeloof deze hele generatie omgekomen in de woestijn.

30De HERE, uw God, die voor u uit gaat, Hij zal voor u strijden in overeenstemming met alles wat Hij voor uw ogen met u gedaan heeft in Egypte 31en in de woestijn, waar gij hebt gezien, hoe de HERE, uw God, u droeg, zoals een man zijn kind draagt, op heel de weg die gij gegaan zijt, totdat gij op deze plaats gekomen zijt. 32Doch ondanks dit woord geloofdet gij niet in de HERE, uw God
(Deuteronomium 1:30-32)

Als later Israël vervalt tot ongeloof, resulterend in ongehoorzaamheid wordt Israël op verschillende momenten in ballingschap gevoerd en wordt de tempel, die model staat voor de aanwezigheid van God, vernietigd. Het laatste sprekende voorbeeld is de vernietiging van Jeruzalem en haar tempel in het jaar 70, door het Romeinse leger onder leiding van Titus. Terugkeer blijkt alleen mogelijk te zijn als er herstel is van geloof en gehoorzaamheid.

1Wanneer dan al deze dingen over u komen, de zegen en de vloek, die ik u voorgehouden heb, en gij dit ter harte neemt te midden van al de volken, naar wier gebied de HERE, uw God, u verdreven heeft, 2en wanneer gij u dan tot de HERE, uw God, bekeert en naar zijn stem luistert overeenkomstig alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel – 3dan zal de HERE, uw God, in uw lot een keer brengen en Zich over u erbarmen; Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken, naar wier gebied de HERE, uw God, u verstrooid heeft. 4Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, de HERE, uw God, zal u vandaar bijeenbrengen en vandaar halen; 5de HERE, uw God, zal u brengen naar het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het bezitten en Hij zal u weldoen en u talrijker maken dan uw vaderen.
(Deuteronomium 30:1-5)

De vraag die vandaag gesteld kan worden is of het huidige Israël voldaan heeft aan deze voorwaarden. Als dat laatste niet het geval is dan is de claim dat de huidige staat Israël de vervulling is van bijbelse beloften niet overeind te houden.
N.B. Paulus refereert aan Deuteronomium 30 in Romeinen 10 als hij uitlegt wat de voorwaarden voor behoudenis zijn, dit geldt zowel voor de Jood alsook de Griek, er is hierbij geen sprake van onderscheid op basis van etniciteit.
Voor meer informatie over dit onderwerp verwijs ik graag naar mijn afspeellijst op YouTube en naar mijn artikel over Israël op mijn website.

Wat is de positie van de plaatselijke Palestijnse bevolking en wat zou onze verhouding moeten zijn ten opzichte van hen?

35% van de Palestijnse bevolking staat te boek als christen en moet op grond van de aangegeven tekst uit Galaten 3 aangemerkt worden als nageslacht van Abraham en dus erfgenaam van de beloften. Deze 35% zijn dus onze broeders en zusters, wij zijn door de Geest samengevoegd tot één lichaam, namelijk het Lichaam van Christus. Deze 35% maakt dus net zoveel aanspraak op de belofte en eventueel op het land als de Joden, die er gezien hun ongeloof niet voor in  aanmerking zouden kunnen komen, als we tenminste Mozes in Deuteronomium 30 serieus nemen

7Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. 8Want wie op (de akker van) zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op (de akker van) de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten. 9Laten wij niet moede worden goed te doen, want, wanneer het eenmaal tijd is, zullen wij oogsten, als wij niet verslappen.10Laten wij dus, daar wij de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor allen, maar inzonderheid voor onze geloofsgenoten.
(Galaten 6:7-10)

In dit licht zou onze eerste affiliatie in de richting moeten gaan van deze 35% christenen in Palestina en niet naar de daar woonachtige Joden die slechts voor 2% uit christenen bestaat. Vele van de Palestijnen zijn dus onze broeders en zusters. Israël bombardeert niet alleen Hamas, maar ook deze christenen en hun kerken. Als Israël werkelijk Gods volk zou zijn dan zouden zij zich houden aan de wet van Mozes, ook aan de oorlogswetten uit Deuteronomium 20

19Wanneer gij lange tijd een stad belegert, daartegen strijdende om haar in te nemen, dan moogt gij het geboomte daaromheen niet vernietigen door de bijl erin te slaan, maar gij moogt daarvan wel eten, doch het niet vellen; want zijn de bomen in het veld mensen, dat zij door u bij het beleg betrokken zouden worden? 20Alleen het geboomte, waarvan gij weet, dat het geen geboomte met eetbare vruchten is, dat moogt gij vernietigen en vellen om een belegeringswal te bouwen tegen de stad die met u strijd voert, totdat zij valt.
(Deuteronomium 20:19-20)

Het plat bombarderen van zo’n heel gebied staat in schril contrast met dit citaat uit de wet van Mozes. Daarnaast is het ook zo dat zowel Abraham alsook Izaäk en Jakob in vrede geleefd hebben te midden van de toenmalige plaatselijke bevolking. Simeon en Levi worden door Jakob bij het uitdelen van de zegeningen veroordeeld vanwege hun geweld tegen de inwoners van Sichem.

5Simeon en Levi zijn broeders; hun gereedschappen zijn werktuigen van geweld6Mijn ziel hebbe geen deel aan hun beraadslaging, mijn geest sluite zich niet aan bij hun vergadering, want in hun toorn hebben zij mannen gedood en in hun moedwil hebben zij runderen de pezen doorgesneden. 7Vervloekt zij hun toorn, want die is hevig, en hun grimmigheid, want die is hard. Ik zal hen verdelen onder Jakob en verstrooien onder Israël.
(Genesis 49:5-7)

De manier waarop de Zionisten en de staat Israël hebben gehandeld sinds 1947 staat in schril contrast met deze uitspraak van Jakob. Mocht je meer willen lezen vanuit een ander dan het gangbare perspectief dan wil ik je het boek “De Nakba” geschreven door Ilan Pappe, een Joods-Israëlisch historicus, uitgegeven in Nederland bij uitgeverij Omniboek, aanbevelen.

Kan Israël zich zomaar Palestijnse eigendommen toe-eigenen?

President Trump van de Verenigde Staten heeft zich uitgesproken na de totstandkoming van de wapenstilstand dat terugkeer van de plaatselijke bevolking van Gaza gezien de schaal van vernietiging niet mogelijk lijkt, om vervolgens Egypte en Jordanië op te roepen om de Palestijnse bevolking van Gaza op te nemen. Het lijkt erop dat dit de manier is waarop Israël zich het gebied met haar bodemrijkdommen en prachtige kustlijn zou kunnen gaan toe-eigenen. Alleen al het denken in deze richting lijkt een agenda bloot te leggen die erop uit is om land te stelen. Als je jezelf iets toe-eigent wat niet van jou is dan noemt de bijbel dat diefstal, in de wet staat dat je zelfs gevonden dieren moet terugbrengen naar de eigenaar. Daarnaast is er natuurlijk de hele wetgeving rondom grondbezit gekoppeld aan het jubeljaar, en deze rechten golden ook voor de vreemdeling die erkend was als volksgenoot.

 34Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft; gij zult hem liefhebben als uzelf, want gij zijt vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de HERE, uw God.
(Leviticus 19:34)

Deze wet gold niet alleen toen, maar heeft ook betrekking op de autochtone bevolking, de Palestijn dus.

Is het verzet vanuit Palestijnse kant rechtmatig of terroristisch?

Tijdens de tweede wereldoorlog ontstond er in Nederland een verzetsbeweging die gericht was op verzet bieden aan de onrechtmatige Duitse overheid. Hoewel deze beweging overwegend geweldloos was, was er in voorkomende gevallen toch sprake van het gebruik van wapens en ander geweld. Gezien vanuit ons perspectief vinden wij dat dit verzet, zelfs als er sprake is van proportioneel geweld, rechtmatig, de Duitse machthebbers keken daar natuurlijk anders tegenaan, zij beschouwden het verzet als terroristisch. Vergeleken hiermee kun je het verzet van de Palestijnen zien als rechtmatig. De inwoners van Gaza en de Westbank bestaan voor een groot gedeelte uit vluchtelingen uit de andere gebieden van Palestina die toegewezen zijn aan Israël. Conform internationaal recht is men verplicht om toe te staan dat vluchtelingen terugkeren naar hun geboortegrond. Dit recht is hen door de Israëlische overheid stelselmatig ontzegd. Opkomen voor je rechten zoals velen het verzet van de Palestijnen zien is dan ook volkomen legitiem te noemen. Elke vorm van verzet bij voorbaat betitelen als een terroristische actie is wat mij betreft veel te kort door de bocht. Proportioneel verzet met een beroep op internationaal recht en ook op historisch en bijbels recht is geen terrorisme en dus volkomen legitiem. Eerder heb ik al aangegeven dat een Christen-Palestijn in het kader van het nieuwe verbond gezien moet worden als het nageslacht van Abraham inclusief alle daaraan gekoppelde rechten.

Hoe zit het dan met Hamas?

Hamas zonder omweg betitelen als een terroristische organisatie is te kort door de bocht. Hamas is in Gaza door de bevolking gekozen als haar rechtmatige vertegenwoordiger, tot op heden heeft Israël geweigerd om met Hamas serieus in gesprek te gaan. Natuurlijk is het onder vuur nemen van onschuldige burgers te betitelen als terroristisch, maar dat geldt dan aan beide zijden van het conflict, het compleet vernietigen van infrastructuur in Gaza en het veroorzaken van onnodig veel burgerslachtoffers, meest vrouwen en kinderen, hoort met de zelfde maat beoordeeld te worden. Wat in de beoordeling ook een rol speelt is dat Palestijnen door velen in Israël gezien worden als vee en niet als mensen, en ja, voor vee hanteer je andere normen dan voor medemensen. Jezus zegt dat we onze vijanden lief moeten hebben en dat betekent niet dat je je vijand als vee mag betitelen.

Afrondend

21Toen kwam Elia naar voren, bij heel het volk, en zei: Hoelang hinkt u nog op twee gedachten? Als de HEERE God is, volg Hem, maar als het de Baäl is, volg hem! Maar het volk antwoordde hem niet één woord.
(1 Koningen 18:21 (HSV))

Israël was in de tijd van Achab en Izebel terecht gekomen in afgoderij, de echte profeten van God waren voor een groot deel gedood. Elia daagt het volk uit om te stoppen met het eten van twee walletjes, een beetje van God en een beetje van Baäl. In de tijd van Elia was er maar een klein overblijfseltje dat werkelijk trouw was gebleven aan God. Dit kleine overblijfsel wandelde in de voetsporen van Abraham, Izaäk en Jakob, dit kleine deel hield zich aan de wetten van God. In Exodus 19 staan duidelijke voorwaarden op grond waarvan je aangemerkt kon worden als volk van God, dit is wat Mozes tegen het volk moet zeggen:

4gij hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot Mij gebracht heb. 5Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. 6En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult.
(Exodus 19:4-6)

Op grond van deze tekst kan alleen het overblijfsel zich het volk van God noemen, dat gold toen in de tijd van Elia, dat geldt ook vandaag. De overgrote meerderheid van de Joden in Israël voldoet op geen enkele manier aan deze criteria en mag door ons dan ook niet gezien worden als volk van God. Ik heb eens iemand horen zeggen dat uiteindelijk alleen Jezus volledig aan deze voorwaarden heeft voldaan, Hij is uiteindelijk het enige overblijfsel. Dit is ook de reden waarom Petrus dezelfde tekst van toepassing verklaart op de gemeente van Jezus Christus, Jood en heiden samen.

 4En komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, 5en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus. 6Daarom staat er in een schriftwoord:
Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.
7U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis, 8voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn. 9Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: 10U, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen.
(1 Petrus 2:4-10)

Voor Israël andere normen te hanteren dan voor de rest van de wereld, inclusief de Palestijnse bevolking die in ieder geval voor een deel wel aan deze criteria voldoet, moet gezien worden als meten met twee maten, hinken op twee gedachten dus. Het morele recht van Gods wetten is van  toepassing op iedereen die in de voetsporen van Abraham wil staan. Jezus verwijt in Johannes 8 de Joden dat zij niet in de voetsporen van Abraham wandelen en verklaart daarmee dat zij niet Abraham maar de duivel tot vader hebben. Voor Israël andere normen hanteren moet dan ook gezien worden als een vorm van afgoderij te vergelijken met de dienst aan Baäl in de tijd van Elia. Het wordt tijd voor bekering, anders komen wij zelf onder het oordeel en verliezen onze zegeningen die God ons belooft, Gods volk zijn, en gelden als nageslacht van Abraham, is niet zonder uitdrukkelijke voorwaarden van morele aard. De belangrijkste eis staat in deze tekst: “Kom tot Hem”, zonder Jezus geen volk van God.

Geplaatst in Zonder categorie | Getagged , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Erfgenaam

Hebreeën 1:1

1Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, 2heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft. 3Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge, 4zóveel machtiger geworden dan de engelen, als Hij uitnemender naam boven hen als erfdeel ontvangen heeft.

Jezus wordt hier verklaard de erfgenaam te zijn van alle dingen, dat betekent dat Hij degene is die aanspraak maakt op alle beloften die gedaan zijn onder het oude verbond. In de tweede brief aan de Korintiërs geeft Paulus in hoofdstuk 1:20 aan dat alle beloften in de bijbel hun vervulling vinden in Christus.

20Want hoevele beloften Gods er ook zijn, in Hem is het: Ja; daarom is ook door Hem het: Amen, tot eer van God door ons.
(2 Korintiërs 1:20)

Ditzelfde geldt ook voor de beloften die gegeven zijn aan Abraham, Izaäk en Jakob. Het volk Israël mag dus niet gezien worden als de erfgenaam van deze beloften, maar slechts als de beheerders van deze beloften, de dragers van de erfenis. Paulus zinspeelt hierop als Hij in de brief aan de Galaten uitleg geeft over de verhouding van ons tot de wet en al haar bepalingen.

1Ik bedoel dit: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, al is hij ook eigenaar van alles; 2maar hij staat onder voogdij en toezicht tot op het tijdstip, dat door zijn vader tevoren bepaald was. 3Zo bleven ook wij, zolang wij onmondig waren, onderworpen aan de wereldgeesten. 4Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, 5om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.
(Galaten 4:1-5)

Israël was dus onmondig totdat de erfgenaam verscheen, die hen vrijkocht van onder de veroordeling van de wet en hen het recht op het zoonschap verleende. Jezus heeft door zijn komst, zijn lijden, sterven en opstanding de erfenis aan zich getrokken en ons, zowel de Jood alsook de heiden, uit de volkeren mede-erfgenaam gemaakt met Hem. Jezus is de enige die ooit aanspraak kan maken op de erfenis, Israël dus ook niet.

Ik hoor vaak dat de gelovigen uit de heidenen mede-erfgenaam zijn met Israël, de Joden dus. Dat baseren we dan op Romeinen 11 aan de hand van de beschrijving van de edele olijf, Israël wordt dan gezien als de edele olijfboom en de heidenen mogen bij de gratie Gods daar op geënt zijn, terwijl een groot deel van de Joden is weggebroken vanwege hun ongeloof. Deze hele gedachte staat en valt met een juiste definitie van wie bedoeld wordt met de edele olijfboom. In het oude testament wordt Israël vergeleken met een wijngaard en een wijnstok:

7Welnu, de wijngaard van de HERE der heerscharen is het huis Israëls, en de mannen van Juda zijn de planten waarin Hij vreugde heeft; Hij verwachtte goed bestuur, maar zie, het was bloedbestuur; rechtsbetrachting, maar zie, het was rechtsverkrachting
(Jesaja 5:7)

In deze vergelijking wordt het huis van Israël gezien als de wijngaard en het huis van Juda als de planten, de wijnstokken dus. In Johannes 15:5 verklaart Jezus zichzelf tot de Ware Wijnstok, de echte dus in tegenstelling tot Israël en Juda

1Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. 2Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht drage.
(Johannes 15:1-2)

God de Vader is dus degene in deze vergelijking die de snoeischaar in de hand heeft, het is dus God de Vader die ranken zonder vrucht wegknipt en in het vuur doet belanden. Als je deze vergelijking doortrekt naar de edele olijfboom in Romeinen 11 dan mag duidelijk worden dat niet Israël maar Jezus de olijfboom vertegenwoordigt en dat het God de Vader is die de ongelovige edele takken wegbreekt, namelijk de ongelovigen uit Israël, en vervangt door gelovigen uit de volkeren, die als wilde loten geënt worden op de edele olijf, op Jezus dus. Ongelovige Joden worden vervangen door gelovige heidenen, dit is wat we verstaan met vervangingstheologie, Israël geroepen om in Christus te zijn, is hier vanwege ongeloof niet aan toegekomen, en moet dus plaats maken voor andere gelovigen, namelijk uit de volkeren. In Matheus 21:33-46, Marcus 12:1-12 en Lukas 20:9-19 geeft Jezus een gelijkenis, het betreft hier het feit dat er een heer is die een wijngaard aanplant en deze verhuurt aan pachters die haar moet bewerken als landbouwers. Als echter het moment komt dat er van de opbrengst moet worden afgedragen aan de eigenaar en hij zijn knechten stuurt om deze opbrengst in ontvangst te nemen dan blijkt dat de landbouwers niet van plan zijn om de pacht op te brengen. Als de eigenaar dan uiteindelijk zijn zoon stuurt prikkelt dit de huurders om de zoon te vermoorden:

6Toen had hij nog één over, zijn geliefde zoon. En ten laatste zond hij deze tot hen, zeggende: Mijn zoon zullen zij ontzien. 7Maar die pachters zeiden tot elkander: Dit is de erfgenaam; komt, laten wij hem doden en de erfenis zal aan ons komen. 8En zij grepen en doodden hem en wierpen hem buiten de wijngaard.
(Marcus 12:6-8)

De pachters of landbouwers zijn het volk Israël en de Joodse leiders van die tijd. Het argument wat zij hanteren is dat zij uit zijn op de erfenis, en daarvoor bereid zijn de erfgenaam te vermoorden. Jezus is de erfgenaam, Israël maakt dus geen aanspraak op de erfenis en de daaraan gekoppelde beloften, de enige manier waarop zij deel kunnen krijgen aan de beloften is als zij verbonden zijn met de erfgenaam en op deze wijze mede-erfgenamen worden met Christus, samen met de gelovigen uit de volkeren.

43Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt.
(Mattheus 21:43)

Jezus voorzegt de joodse leiders en hun gevolg dat het Koninkrijk van hen weggenomen zal worden en  gegeven aan andere pachters of landbouwers die wel de vrucht zullen opbrengen, die God toekomt. Het gevolg in de tijd van Jezus was dat de joodse leiders Jezus wilden grijpen en doden. De Joden waren jaloers op de gelovigen, zowel Jood als Heiden, met als gevolg dat er een grote vervolging plaats vond die beschreven is in het boek Handelingen.

Ik hoor vaak dat wij de Joden tot jaloersheid zouden moeten wekken, zodat hun hart zacht zou worden, om hen op die manier klaar te stomen voor het evangelie. Wat echter uit de gelijkenis van Jezus en de daaraan gekoppelde gevolgen blijkt is dat deze jaloezie niet positief van aard is maar je reinste afgunst. Door de eeuwen heen hebben joden altijd deze waarheid, namelijk dat de gemeente in de plaats gekomen is van het volk Israël, bestreden. In deze tijd vindt je dit fenomeen terug binnen de kerken, vaak aangemoedigd door een zogenaamd collectief schuldgevoel over de Holocaust en andere vormen van jodenvervolging waar de kerk zich schuldig aan zou hebben gemaakt. Het gevolg is dat binnen grote delen van de theologie Jezus vervangen wordt door Israël en dat lijkt mij de geur van godslastering om zich heen te dragen.

We zijn begonnen met de vaststelling dat Jezus de erfgenaam is en dat alle beloften betrekking hebben op Hem en dat er buiten Hem geen enkele aanspraak kan worden gemaakt op welke belofte dan ook. Dit is zoals Paulus het omschrijft:

 29Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.
(Galaten 3:29)

Om deel te hebben aan de nalatenschap van Abraham, moeten wij van Christus zijn, en buiten Hem wacht ons het oordeel, alleen gelovigen van welke afkomst dan ook, zowel Jood als Heiden, kunnen hier aanspraak op maken. En laat de Joden dan maar jaloers zijn en dit fel willen bestrijden, dit is de enige waarheid, alleen als zij bereid zijn zich te vernederen en zich te bekeren kunnen zij terug geënt worden op de edele olijf en dat is Jezus alleen.

1Wanneer dan al deze dingen over u komen, de zegen en de vloek, die ik u voorgehouden heb, en gij dit ter harte neemt te midden van al de volken, naar wier gebied de HERE, uw God, u verdreven heeft, 2en wanneer gij u dan tot de HERE, uw God, bekeert en naar zijn stem luistert overeenkomstig alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel – 3dan zal de HERE, uw God, in uw lot een keer brengen en Zich over u erbarmen; Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken, naar wier gebied de HERE, uw God, u verstrooid heeft. 4Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, de HERE, uw God, zal u vandaar bijeenbrengen en vandaar halen; 5de HERE, uw God, zal u brengen naar het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het bezitten en Hij zal u weldoen en u talrijker maken dan uw vaderen. 6En de HERE, uw God, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, zodat gij de HERE, uw God, liefhebt met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leeft. 7De HERE, uw God, zal al deze vervloekingen op uw vijanden en uw haters leggen, die u vervolgd hebben. 8Gij zult weer naar de stem des HEREN luisteren en al zijn geboden volbrengen, die ik u heden opleg. 9De HERE, uw God, zal u in overvloed het goede schenken bij al het werk uwer handen, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw vee, in de vrucht van uw bodem, want de HERE zal weer behagen in u hebben, u ten goede, zoals Hij behagen had in uw vaderen – 10wanneer gij naar de stem van de HERE, uw God, luistert door zijn geboden en inzettingen te onderhouden, die in dit wetboek geschreven staan; wanneer gij u tot de HERE, uw God, bekeert met geheel uw hart en met geheel uw ziel.
(Deuteronomium 30:1-10)

Bekering is dus de voorwaarde voor terugkeer en behoudenis. Het besnijden van het hart is gekoppeld aan het nieuwe verbond, dat betekent dat ook een Jood uitsluitend bij Jezus terecht kan en nergens anders. Zolang ze Jezus niet aanvaarden zullen ze boos het beschuldigende vingertje in de richting van de kerk en het evangelie laten gaan, wij dienen hier niet van onder de indruk te zijn, wij houden vast aan Jezus alleen. Te denken dat er voor Israël, buiten Jezus om nog een toekomst is, moet gezien worden als volslagen onbijbels en moet dus gekenmerkt worden als godslasterlijk.

Geplaatst in Zonder categorie | Getagged , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Niet uit werken

Efeziërs 2:8-10

Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme. Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

Een veel gehoorde uitspraak tegenwoordig is dat, omdat de genade een gave van God is en dus niet uit werken, dat het doen van goede werken niet echt belangrijk meer is voor ons als christenen. De goede werken worden gezien als optioneel, maar niet als noodzakelijk voor ons dagelijkse leven. Ik kom op internet vaak de opmerking tegen: “Don’t work your way to heaven”,  wat vrij vertaald zoiets betekent als:  “Ga (of probeer)niet je weg naar de hemel bewerken”, want het zou wel eens kunnen dat je door hard ergens aan te werken Gods genade afwijst en dat zou pas echt zonde zijn. Mensen wijzen op hun verantwoordelijkheid wordt dan vaak gezien als wettisisme en dat is gevaarlijker dan dingen doen die niet mogen, want het is “NIET UIT WERKEN”. Het benadrukken van gehoorzaamheid en waarheid wordt vaak beleefd als liefdeloos. Evangeliseren doen we vanuit de optiek dat Jezus en de Vader van ons houden. Een veel gehoorde uitspraak is: “Jezus houdt van jou en heeft een plan met je leven”, vaak doen we dit met een beroep op Johannes 3:16:

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.

De vraag die mij al jaren bezig houdt is of deze stellingname wel klopt. In de eerste plaats kom ik het woord “wettisch” nergens tegen in de bijbel terwijl het woord “wetteloosheid” in het nieuwe testament wel 15 keer voor komt. In de tweede plaats kom ik deze uitspraak van Jacobus tegen:

Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof. (Jakobus 2:24)

Jakobus koppelt kennelijk ‘geloof’ aan ‘werken’ en verklaart daarmee dat deze twee niet los van elkaar bestaan. Ook Judas de broer van Jakobus doet een vergelijkbare uitspraak :

Want er zijn zekere mensen binnengeslopen – reeds lang tevoren tot dit oordeel opgeschreven – goddelozen, die de genade van onze God in losbandigheid veranderen en onze enige Heerser en Here, Jezus Christus, verloochenen. (Judas 1:4)

Maar hoe zit het werkelijk, hebben we hier te maken met een situatie waarbij het onderwijs van Paulus en het onderwijs van anderen elkaar tegenspreken? Om deze vraag goed beantwoord te krijgen moeten we terug naar de achtergrond van de gedane uitspraken.

Nagenoeg elke godsdienst in de wereld kent wel een manier waarop wij met God verzoend kunnen en moeten worden. Om met God in het reine te komen moeten we heel hard ons best doen, er is namelijk sprake van een zogenaamde balans tussen goed en kwaad, wij moeten ervoor zorgen dat de balans of weegschaal doorslaat naar de goede kant. Goede werken kunnen in deze ervoor zorgen dat God of het goddelijke niet meer boos op ons zijn. Binnen heel veel kringen zijn allerlei religieuze activiteiten ontwikkeld die moeten dienen om bij God in een goed blaadje te staan. Ditzelfde geldt ook binnen het toenmalige en het hedendaagse orthodoxe Jodendom, die deze manier van denken hebben meegenomen uit Babylon. Het uitvoeren van religieuze handelingen gebaseerd op de wet dienen dan ter verzoening. We kunnen zaken benoemen zoals de besnijdenis, de offers, ook ceremoniële handelingen binnen synagogale liturgie worden beleeft als middelen die ons met God verzoenen. Als Paulus aangeeft dat het “niet uit werken” is, dan doelt hij op dit soort zaken. Hij zelf is een Farizeeër en dus bij uitstek op de hoogte van deze manier van denken. Hij noemt zichzelf in de brief aan de Galaten, doelend op zijn verleden een “hartstochtelijk ijveraar voor mijn voorvaderlijke overleveringen” (Galaten 1:14b), hij kent deze dus van binnen uit. Als Paulus dan ook komt tot deze uitspraak, dan moeten we dat zien tegen deze achtergrond. In Romeinen 10 legt Paulus het als volgt uit:

Want ik getuig van hen, dat zij ijver voor God bezitten, maar zonder verstand. Want onbekend met Gods gerechtigheid en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden, hebben zij zich aan de gerechtigheid Gods niet onderworpen. (Romeinen 10:2-3)

De eigen gerechtigheid op basis van het je best doen gaat het strikt genomen niet maken, er is meer nodig dan dat. De Psalmist zegt het zo:

In slachtoffer en spijsoffer hebt Gij geen behagen, – Gij hebt mij geopende oren gegeven –, brandoffer en zondoffer hebt Gij niet gevraagd. (Psalm 40:7)

Dat betekent dat de offers strikt genomen niet aangenaam zijn voor God en dus niet voor verzoening kunnen zorgen. Maar is het niet zo dat de wet schrijft ze toch voorschrijft, deze offers zijn daar toch voor bedoeld? Om antwoord te vinden op deze vraag moeten we terug naar het boek Genesis

Voorts zeide God tot Abraham: En wat u aangaat, gij zult mijn verbond houden, gij en uw nageslacht, in hun geslachten. Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde; gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u. (Genesis 17:9-11)

Let op het woord “teken “ in deze tekst, een teken dient alleen maar als een soort vingerwijzing naar iets anders. Je kunt het vergelijken met een verkeersbord. In zichzelf doet zo’n bord niets, het betekent alleen maar iets als je op de weg bent en wil weten hoe je je dient te gedragen of welk richting je uit moet. Op dezelfde manier is de besnijdenis bedoelt, als verwijzing naar iets anders. Datzelfde geldt ook voor de tempeldienst en zijn offers, ook die wijzen naar iets anders, namelijk Jezus Christus, en wat Hij voor ons gedaan heeft aan het kruis. Ook in die tijd, de tijd van het oude verbond is Jezus, welleswaar toekomstig, onze verzoening en dat brengen wij in beeld door met een nederig hart God een offer te brengen. Binnen het toenmalige Jodendom werd daar anders mee om gegaan, men handelde vanuit het Babylonische gedachtegoed, waarin ons godsdienstige handelen  ter compensatie diende, en niet vanuit de genade en de vergeving van God.

Nu terug naar deze tijd, terug naar die opmerking aan het begin dat het ergste wat wij kunnen doen is ons best doen, want stel je voor dat je in de modus terecht komt, waarin je het zelf weer doet en dat je daardoor jezelf buiten de genade van God plaatst. Om hier goed antwoord op te krijgen moeten we naar twee definities voor het begrip zonde in het nieuwe testament:

En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel; van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet; van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is. (Johannes 16:7-11)

Ieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid. (1 Johannes 3:4)

Enerzijds is zonde dus het feit dat we niet in Jezus geloven, anderzijds is zonde te zien als wetteloosheid, dus als de overtreding van de wet van God. Het is belangrijk dat we deze beide altijd samen houden en niet proberen en ene tegen de andere uit te spelen. De reden voor de noodzaak om in Jezus te geloven is gelegen in het feit dat wij de wet hebben overtreden, wij voldoen niet aan de door God gestelde standaard die Hij ons gegeven heeft in de wet, en voor diegene die de wet niet kent verwijst Paulus in Romeinen 2 naar ons eigen geweten. Maar betekent het feit dat ik afhankelijk ben van de genade dat gehoorzaamheid dan maar een vies woord moet zijn?  Paulus maar weer:

Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet onder de wet, maar onder de genade zijn? Volstrekt niet! Weet gij niet, dat gij hem, in wiens dienst gij u stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook moet gehoorzamen als slaven, hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid? (Romeinen 6:15-16)

Als we hier zonde zien als wetteloosheid, dan kan ik de tekst als volgt  parafraseren: “Zullen wij de wet blijven overtreden, omdat wij niet onder de wet zijn?” Paulus gebruikt in deze twee teksten alleen al drie keer het begrip “gehoorzaamheid” of het werkwoord “gehoorzamen”. Hiermee wordt de noodzaak duidelijk, dat er nadat we tot geloof gekomen zijn, ons leven aan God dienen toe te wijden in totale gehoorzaamheid, te vergelijken met het zijn van een slaaf. Jezus zegt het op een vergelijkbare manier:

Wie van u zal tot zijn slaaf, die voor hem ploegt of het vee hoedt, als hij van het land thuiskomt, zeggen: Kom terstond hier aan tafel? Zal hij niet veeleer tot hem zeggen: Maak mijn maaltijd gereed, schort uw kleren op en bedien mij, tot ik klaar ben met eten en drinken, en daarna kunt gij eten en drinken? Zal hij de slaaf soms danken, omdat hij deed wat hem bevolen was? Zo moet ook gij, nadat gij alles gedaan hebt wat u bevolen is, zeggen: Wij zijn onnutte slaven; wij hebben slechts gedaan, wat wij moesten doen. (Lucas 17:7-10)

Wij zijn slaven, en een slaaf in deze zin kan geen rechten laten gelden, maar heeft wel plichten, namelijk doen wat zijn heer van hem verwacht.

Als we nu terug gaan naar de tekst uit de brief aan de Efeziërs, aan het begin van dit verhaal, dan komen beide in de juiste verhouding te staan. We kunnen geen rechten laten gelden op basis van onze werken, het is 100% uit genade, door het geloof. We zijn echter wel apart gezet om goede werken te doen, en dat zijn  geen goede werken die we maar naar believen menen te gaan doen, maar werken die God voor ons bepaald heeft. Hiervoor zijn twee dingen cruciaal, namelijk relatie en gehoorzaamheid. 100% genade wordt hier dus gekoppeld aan 100% gehoorzaamheid. Beide begrippen worden samengebracht onder de noemer “geloof”. Bijbels geloof bestaat uit enerzijds afhankelijkheid en anderzijds gehoorzaamheid. De twee zijn niet los verkrijgbaar.

Wellicht dat we in een volgend blog wat verder inzoomen op wat bijbels geloof echt is, maar dat is voor later.

Geplaatst in Uncategorized | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Vervanging

Met name sinds de oprichting van de staat Israël wordt vaak de term “Vervangingstheologie” gebezigd. Deze vervangingstheologie zou de oorzaak zijn van veel antisemitisme wereldwijd, de kerk heeft zogezegd Israël vervangen, met alle Jodenvervolging van dien. De vraag die bij mij steeds vaker naar voren komt is of deze veronderstelling wel hout snijdt. Is er één op één vast te stellen dat deze twee zaken oorzakelijk aan elkaar verbonden zijn. Binnen heel veel christelijk onderwijs gaat men uit van deze stelling, maar klopt dit wel? Ik weet van mijn grootouders dat zij heilig geloofden in deze vervangingstheologie, echter waren ze tijdens de tweede wereldoorlog wel bereid om Joodse kinderen onderdak te verlenen met alle risico’s van dien. Mijn grootouders zijn daarvoor ook geëerd met een vermelding bij het Israëlische holocaust monument Yad Vashem. Voor mijn grootouders was de vervangingstheologie dus kennelijk geen reden om niet hun nek uit te steken om Joden te helpen

De vraag die eigenlijk gesteld moet worden is of de vervangingstheologie nu al of niet bijbels is. In de bijbel wordt heel vaak vervangen. Ik geef even een lijstje van zaken in het boek Genesis waarbij sprake lijkt te zijn van vervanging, in dit geval gekoppeld aan het eerstgeboorterecht:

– Izaäk vervangt Ismael (Genesis 21:12)
– Jakob vervangt Ezau en wordt Israël (Genesis 25:23)
– Jozef vervangt Ruben (Genesis 49:26)
– Efraïm vervangt Manasse (Genesis 48:17-20)

Er worden hier vier opeenvolgende generaties genoemd, waarbij het eerstgeboorterecht over ging van de oudste naar een jongere. Ook nadat Israël uit Egypte is geleid vinden we een vergelijkbaar fenomeen, namelijk dat God de Levieten kiest in plaats van de eerstgeboren zonen. Even de teksten:

De HERE sprak tot Mozes: Heilig Mij alle eerstgeborenen, die onder de Israëlieten het eerst uit een moederschoot voortkomen, zowel van mens als van dier; zij zijn mijn eigendom.
(Exodus 13:1-2)

En de HERE sprak tot Mozes: Zie, Ik zelf neem uit de Israëlieten de Levieten in plaats van alle eerstgeborenen der Israëlieten, die het eerst uit de moederschoot voortkomen, opdat de Levieten mijn eigendom zijn, want alle eerstgeborenen zijn mijn eigendom. Ten dage, dat Ik alle eerstgeborenen in het land Egypte sloeg, heiligde Ik Mij alle eerstgeborenen in Israël, zowel van mens als van dier; zij zijn mijn eigendom; Ik ben de HERE.
(Numeri 3:11-13)

In Exodus 19:4-6 belooft God dat Israël een koninkrijk van priesters zou zijn, als zij zouden luisteren naar de stem van de HERE en zich zouden houden aan het verbond. Al in Exodus 31 vinden we de affaire met het gouden kalf, we zijn dan nog geen 40 dagen verwijderd van de verbondsluiting, Israël faalt, alleen de Levieten blijken trouw te blijven aan de HERE. Ik ga ervan uit dat de affaire met het gouden kalf de gegeven belofte in Exodus 19 teniet gedaan heeft en dat het noodzakelijk werd dat er een andere groep in plaats van de eerstgeborenen naar voren werd geschoven. In plaats van het feit dat Israël een priester zou zijn voor de volken, hadden zij zelf een priester nodig. Het oudtestamentische Aäronitische priesterschap werd ingesteld ten behoeve van het falende volk. Als de Israëlieten hier niet naar hadden geluisterd waren er doden gevallen (Zie hiervoor Numeri 8:14-19).

Jezus, in het nieuwe testament, legt in deze ook een aantal zaken uit, met name in de gelijkenis van de pachters van de wijngaard in Mattheus 21:33-46 spreekt Jezus zich uit over Joodse leiders van die tijd:

Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt.
(Mattheus 21:43)

Vanwege het ongeloof van de Joodse leiders wordt het koninkrijk van God weggenomen van de Joodse leiders en in de hand gelegd van de gemeente van Jezus Christus, dat andere volk dat vrucht zal opbrengen.

In het nieuwe testament krijgt de gemeente beloften mee die oorspronkelijk gegeven zijn aan Israël:

Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen.
(1 Petrus 2:9-10)

En toen het de boekrol nam, wierpen de vier dieren en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neder, hebbende elk een citer en gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen. En zij zongen een nieuw gezang, zeggende:
Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie; en Gij hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen als koningen heersen op de aarde
(Openbaring 5:8-10)

Het koninklijke priesterschap, wat in Exodus 19 aangeboden wordt aan het volk Israël is hier gegeven aan de gemeente.

Maar het allerbelangrijkste hebben we nog steeds niet onder ogen gezien en dat is het evangelie zelf.

Hem (Jezus), die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.
(2 Korintiërs 5:21)

Wij, die de dood verdient hadden vanwege de zonde, worden verzoend met God doordat Jezus onze plaats in nam en voor ons tot zonde gemaakt wordt, zodat wij de gerechtigheid van God zouden worden in Hem. Als dat geen vervanging is. Hieronder is bijvoorbeeld één van de vroegste christelijke apologetische teksten die we hebben, namelijk de Brief van Mathetes aan Diognetus, gedateerd ergens in de tweede eeuw:

“O zoete ruil! O ondoorgrondelijke daad! O voordelen die alle verwachtingen overtreffen! Dat de goddeloosheid van velen in één enkele Rechtvaardige zou moeten worden verborgen, en dat de gerechtigheid van Eén vele overtreders zou moeten rechtvaardigen!”

Zonder vervanging is er geen evangelie van Jezus Christus.

Velen binnen de hedendaagse kerken lijken te buigen voor de intimidatie van hen die het beschuldigende vingertje omhoog houden als het gaat om de door hen zo genoemde “vervangingstheologie” en lijken zich onderdruk van aangepraat antisemitisme te voegen naar het idee dat het huidige Israël nog steeds Gods volk is en zij lijken daarmee, terwijl zij Israël naar voren schuiven, Jezus Christus naar het tweede plan te verschuiven en op die manier het evangelie en het nieuwe verbond geweld aan te doen.

Ik sluit af met een tekst uit de brief aan de Hebreeën, geschreven aan de Joodse gelovigen in de tijd van de apostelen en let daarbij vooral op het woordje ALLEEN

Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.
(Hebreeën 12:2-3)

Het gaat alleen om Jezus Christus, Hij is de ultieme vervulling van alle Bijbelse beloften. Hij is de plaatsvervanger voor ons en ook voor het huidige Jodendom, laat ons oog dan ook uitsluitend op Hem gericht zijn.

Voor meer studie verwijs ik naar mijn artikel over Israël op deze website en naar mijn YouTube kanaal “Bayith-El” waar een hele afspeellijst is te vinden met onderwijs over Israël.

Geplaatst in Uncategorized | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen