Op het eind van hoofdstuk 7 van Mattheus, in de versen 28 en 29 vinden we deze uitspraak over Jeshua:
En het geschiedde, toen Jezus deze woorden geëindigd had, dat de scharen versteld stonden over zijn leer, want Hij leerde hen als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden.
We zijn hier aanbeland op het einde van, wat we de “Bergrede” zijn gaan noemen, Mattheus 5 t/m 7, het eerste grote stuk onderwijs van Jeshua in de bijbel. Dit gedeelte wordt ook wel gezien als de grondwet voor de christen en de gemeente. Helemaal op het einde wordt vervolgens aangegeven hoe de boodschap wordt ontvangen door de toehoorders van dat moment. Wat dan opvalt is dat er een groot verschil wordt ervaren tussen Jeshua en de schriftgeleerden, zeg maar de theologen van die tijd. Jeshua sprak met gezag, in tegenstelling tot wat men gewend was van de geestelijke leiders van die tijd.
Maar wat was nu eigenlijk het verschil?
In de tekst van de bergrede zijn een paar aanwijzingen te vinden, die ons antwoord kunnen geven op deze vraag. In Matteus 5:27 en 28
Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.
Het “Gij hebt gehoord, dat er gezegd is” repesenteerd de toen gangbare opvatting betreffende de intepretatie van het zevende gebod. Zonder in te gaan op deze opvatting, plaatst Jeshua onmiddelijk zijn intepretatie van de tekst tegenover de gangbare opvatting. Dit is maar één van meerdere voorbeelden waarbij Jeshua de gangbare opvatting op de hak neemt. Ook als je de andere gedeelten erbij neemt, dan valt daaruit op te maken dat Jeshua aantoont dat de gangbare intepretatie niet in lijn is met de oorspronkelijke bedoeling van de wet. De wet gaat niet om regeltjes die ons begrenzen, maar om praktische leefregels voor elke dag.
Maar waarom sprak Jeshua dan met gezag?
Eigenlijk heel simpel. Jeshua sprak ondubbelzinnig de waarheid. En deze waarheid is recht voor zijn raap en laat geen ruimte voor gestoei met de tekst, vooral niet als dit gestoei bedoeld is om, wat onszelf betreft, de regel af te zwakken. En dit zelfde geldt nog steeds ook voor ons. Willen we met gezag kunnen spreken, en dat is nodig willen we effectief het evangelie brengen, dan moeten wij op een simpele en ondubbelzinninge manier met de bijbel aan komen, ook als dat reacties oproept in de zin dat men ons voor gek verklaard of zich er aan ergert. Paulus adresseerd dit probleem in 1 Corintiers 1: 18-25
Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods. Want er staat geschreven:
“Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen.”
Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd? Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt? Want daar de wereld in de wijsheid Gods door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen, die geloven. Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, (prediken wij) Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods. Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen.
Willen wij met gezag spreken?
Er is maar één oplossing, gewoon ondubbelzinning, recht voor zijn raap, het Woord van God brengen, ongeacht de consequenties. Niet bang zijn dat het niet overkomt, of dat het niet eigentijds genoeg is, of wat voor motief ook. Als wij de simpele tekst afzwakken boeten wij in aan gezag en ook aan effect. Een vals, afgezwakt evangelie, hoe goed bedoeld ook penetreert het hart niet, Gods Geest kan er niet vrijuit doorheen werken. Je best doen om over te komen werkt vaak contraproductief. Er is maar één oplossing:
Gewoon zeggen zoals het is.
Later meer, Dirk

