Psalm 119:33-40
33 Onderwijs mij, Here, de weg uwer inzettingen,
dan zal ik die bewaren ten einde toe.
34 Geef mij verstand, dan zal ik uw wet bewaren,
en haar van ganser harte onderhouden.
35 Doe mij het pad uwer geboden betreden,
want daarin heb ik lust.
36 Neig mijn hart tot uw getuigenissen
en niet tot winstbejag.
37 Wend mijn ogen af, zodat zij geen ijdele dingen zien,
maak mij levend door uw wegen.
38 Bevestig uw belofte aan uw knecht,
die uw vreze toegedaan is.
39 Wend mijn smaadheid af, die ik vrees,
want uw verordeningen zijn goed.
40 Zie, naar uw bevelen verlang ik,
maak mij levend door uw gerechtigheid.
Om de eindstreep te halen, moeten we de weg, die we gaan ook blijven bewandelen. We hebben het nodig om levenslang onderwezen te worden om de weg te kennen en om in staat te zijn de weg te blijven bewandelen.
Jezus zegt in Johannes 14: 6 “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven”. Al deze aspecten vind je terug in dit gedeelte, de weg gaan, het pad betreden. Maar ook gewapend zijn tegen leugen en bemoedigd worden om door te gaan. “Maak mij levend door uw wegen”, in deze zin komt alles bij elkaar.
Wat ik nodig heb is dat ik een nederig en onderwijsbaar hart heb. Paulus spreekt in 2 Thessalonicenzen 2: 10 over het ontvangen van de “liefde voor de waarheid”, alleen zo kunnen we voorkomen dat we onderweg de weg kwijt raken.

