
3Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, 4de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.
8Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here [Jezus] doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt. 9Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, 10en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. 11En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, 12opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid.
(2 Thessalonicenzen 2:3-4; 8-12)
In relatie tot de eindtijd en de wederkomst van onze Heer wordt vaak deze tekst aangehaald. De menselijke geschiedenis zal uitlopen op de regering van de zogenaamde “antichrist”, hier in het aangehaalde gedeelte uit de brief aan de Thessalonicenzen “de mens van de wetteloosheid” genoemd. Eerder in de tekst wordt hij aangeduid als de “zoon des verderfs”, dit is een term die we maar twee keer tegenkomen in het nieuwe testament, namelijk hier en ook in Johannes 17 waar Jezus zijn hogepriesterlijk gebed uitspreekt:
12Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd.
(Johannes 17:12)
Deze term slaat op Judas Iskariot, degene die Jezus verraden heeft. Deze Judas zou de enige zijn uit de kring van de discipelen die uit Judea afkomstig was. In verschillende bronnen wordt de link gelegd met Keriot of Kariot, een plaatsje in de buurt van Hebron, de overige discipelen waren afkomstig van Galilea, de regio waar ook Jezus was opgegroeid. De bijbel geeft ons naast deze uitspraak van Jezus een paar specifieke aanduidingen over Judas:
6Maar dit zeide hij niet, omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was en als beheerder der kas de inkomsten wegnam.
(Johannes 12:6)
Judas was dus geldzuchtig en corrupt. In Marcus 14 wordt het besluit van Judas om Jezus te verraden in verband gebracht met de zalving van Jezus in Bethanië door Maria. De zogenaamde verkwisting van de zeer kostbare nardusmirre zoals Judas dit aanduidt lijkt hiermee in het hart van Judas iets getriggerd te hebben wat hem deed besluiten om Jezus te verraden.
26Jezus dan antwoordde: Die is het, voor wie Ik het stuk brood indoop en wie Ik het geef. Hij doopte dan [het] stuk brood in en nam het en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. 27En na dit stuk brood, toen voer de satan in hem. Jezus dan zeide tot hem: Wat gij doen wilt, doe het met spoed.
(Johannes 13:26-27)
Judas was als leerling van Jezus opgenomen in de intieme kring en aangesteld als apostel. Hij moet niet alleen de tekenen gezien hebben die Jezus deed, maar moet ook uitgezonden zijn geweest, vol van de kracht om zieken te genezen en demonen uit te drijven (zie Mattheus 10:1-4, Marcus 3:14-19, Lucas 6:12-16). Hij heeft dus alles van zeer dichtbij meegemaakt en toch gekozen voor verraad. Ditzelfde geldt ook voor de toenmalige cultuur, ook de tijdgenoten van Jezus hebben Hem op niet mis te verstane wijze leren kennen door alle tekenen die Jezus deed, en toch hebben zij in overgrote meerderheid Jezus afgewezen en de vroege kerk in Jeruzalem op niet mis te verstane wijze vervolgd. De algemene Messias-verwachting was gekoppeld geraakt aan het verlangen om eindelijk een keer bevrijd te zijn van de Romeinse overheersing. In alle vier de evangeliën wordt de intocht in Jeruzalem beschreven, het moet een enorme euforie met zich mee hebben gebracht, nu is het moment gekomen dat de Messias de Romeinen het land uit jaagt en het koningschap van David gaat herstellen. Als direct daarna blijkt dat Jezus niet aan deze verwachting gaat voldoen dan draait de atmosfeer om naar het tegenovergestelde, slechts een paar dagen later klinkt het “Kruisig Hem”. Ditzelfde moet ook een rol gespeeld hebben in het hart van Judas, toen Jezus in plaats van zijn rol op zich te nemen als de grote bevrijder, bij de discipelen de voeten gaat wassen, het is dan ook direct na deze gebeurtenis dat de duivel zelf het hart van Judas vervult (zie hiervoor Johannes 13:1-30). De grote valkuil was een misplaatste toekomstverwachting gebaseerd op Joodse traditie en niet op de bijbel. Het jodendom van die tijd verwachtte een aards koninkrijk terwijl Jezus een hemels koninkrijk te bieden heeft. Dit is wat Jezus verklaart tegenover Pilatus, de Romeinse stadhouder van Judea in die tijd:
36Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier. 37Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem.
(Johannes 18:36-37)
In plaats van een fysieke vervulling van beloften, gekoppeld aan Jeruzalem en de tempel, duidt Jezus op een hemels koninkrijk.
En dan nu terug naar de begintekst. Ook vandaag de dag zien we weer dat er sprake zou moeten zijn van een fysieke vervulling van ‘bijbelse’ beloften, de oprichting van de huidige staat Israël in 1948 zou hiervoor de basis vormen. Vooral binnen het orthodox gereformeerde en evangelische deel van de kerk, met name in het westen, wordt weer geloofd in een fysiek koninkrijk in een aards Jeruzalem met een herstelde tempel als centrum van toekomstige eredienst en als residentie van de Zoon van David, vanwaaruit de wereld vrede zal ontvangen. Het volk Israël zou daarin weer een sleutelrol te vervullen hebben. In plaats van een nieuwtestamentische eschatologie, gebaseerd op de bijbel als geheel en gericht op een geestelijk koninkrijk en het nieuwe Jeruzalem in het centrum, hebben velen zich een eschatologie eigen gemaakt gebaseerd op Joodse traditie en Talmoedische uitleg van het oude testament, zonder rekening te houden met het nieuwe verbond dat ons aangereikt wordt in Christus en de manier waarop Jezus en de apostelen de toekomst beschrijven. De grote vraag bij mij is of dit gedachtegoed wellicht de leugen blijkt te zijn waar Paulus in de tekst voor waarschuwt. Wat als blijkt dat Jezus ook nu niet voldoet aan de valse verwachtingen die voortkomen uit een op Joodse traditie gebaseerde eschatologie? De Joden in de tijd van Jezus wezen Hem af op grond van deze misleiding, wellicht heeft dit bij Judas, de enige discipel afkomstig uit Judea, ook een rol gespeeld. Het jodendom van vandaag doet dit nog steeds, zij weigeren te geloven dat Jezus de beloofde Messias is.
Kenmerkend voor dit gedachtegoed, ook bij veel christenen, is de gedachte dat Jezus bij zijn wederkomst alsnog alles gaat realiseren wat men denkt dat de oudtestamentische profetieën beloven. Hij gaat het Koninkrijk van God vestigen op aarde met Jeruzalem en een herbouwde tempel, en dus ook het volk Israël en het levitische priesterschap in het centrum hiervan. Men gaat er hierbij vanuit dat de beloften van God allemaal in vervulling zullen gaan omdat deze onvoorwaardelijk bestemd zouden zijn voor Israël, de gemeente zal daarbij hooguit een bijrol te vervullen krijgen. Als Jezus de confrontatie aangaat met het gedachtegoed over het Koninkrijk van God in die tijd dan spreekt Hij over de noodzaak om opnieuw en dat is uit God geboren te zijn en dat is geestelijk en niet fysiek. Als dat gold voor Nikodemus (zie Johannes 3:1-21) dan geldt dat nog steeds, ook voor het huidige fysieke Israël, en dat het beloofde Koninkrijk van God uitsluitend bestemd is voor hen die in Christus zijn.
11Hij kwam tot het zijne (zijn volk), en de zijnen (zijn volksgenoten) hebben Hem niet aangenomen. 12Doch allen, die Hem aangenomen hebben (zowel jood als heiden), hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden (of te zijn), hun, die in zijn naam geloven; 13die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn.
(Johannes 1:11-13)
Het volk van God bestaat dus uit die mensen die in Jezus geloven en uit God geboren zijn en derhalve Zijn kinderen zijn. In de beschrijving van Johannes, zowel in het evangelie naar Johannes alsook de door hem geschreven brieven, wordt op geen enkele manier verwezen naar een fysieke vervulling van beloften, alles wordt betrokken op Jezus. Zeven keer legt Jezus uit dat Hij degene is waar het om draait en niet een fysiek Israël. Het evangelie van Johannes kent zeven ‘Ik ben’-uitspraken:
– het brood des levens (Johannes 6:35) (zonder Jezus geen verzadiging)
– het licht der wereld (Johannes 8:12) (zonder Jezus alleen duisternis)
– de deur voor de schapen (Johannes 10:9) (zonder Jezus geen toegang)
– de goede herder (Johannes 10:11) (zonder Jezus geen leiding en regering)
– de opstanding en het leven (Johannes 11:25-26) (zonder Jezus alleen dood)
– de weg, de waarheid en het leven (Johannes 14:6) (zonder Jezus geen toegang tot de Vader)
– de ware wijnstok (Johannes 15:1-2) (Jezus het ware Israël)
Alle ogen lijken weer gericht op Israël en het Midden-Oosten en wat daar in de nabije toekomst staat te gebeuren. In dit proces verliezen we langzaam maar zeker het zuivere perspectief op Jezus, en dan bedoel ik op Jezus alleen. In onze eschatologie hoort Jezus en de huidige realiteit van het Koninkrijk van God centraal te staan. Jezus is vandaag gezeten aan de rechterhand van de Vader, Hij regeert dus vandaag vanuit het hemelse Jeruzalem. Gefocust zijn op Israël ontneemt ons langzaam maar zeker het perspectief op het alles overtreffende nieuwe verbond in Christus. Nog een paar tekstaanhalingen uit de brief aan de Hebreeën, gericht aan de Joodse tijdgenoten van Paulus die voor zichzelf zouden moeten spreken:
6Nu echter heeft Hij een zoveel verhevener dienst verkregen, als Hij de middelaar is van een beter verbond, waarvan de rechtskracht op betere beloften berust. 7Want indien dat eerste onberispelijk ware geweest, zou er geen plaats gezocht zijn voor een tweede.
13Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning.
(Hebreeën 8:6-7; 13)
2Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods
(Hebreeën 12:2)
22Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, 23en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben, 24en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel.
25Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, niet afwijst. Want als genen niet ontkomen zijn, toen zij Hem afwezen, die zijn godsspraak op aarde deed horen, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem, die uit de hemelen (spreekt). 26Toen heeft zijn stem de aarde doen wankelen, doch thans heeft Hij een belofte gegeven, zeggende: Nog eenmaal zal Ik niet slechts de aarde, maar ook de hemel doen beven. 27Dit: nog eenmaal, doelt op een verandering der wankele dingen als van iets, dat slechts geschapen is, opdat blijve, wat niet wankel is.
28Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehaaglijke wijze met eerbied en ontzag, 29want onze God is een verterend vuur.
(Hebreeën 12:22-29)
Als ik dan terug ga naar de tekst aan het begin van dit betoog, naar de stelling van Paulus dat misleiding gekoppeld is aan het ontvangen van de liefde voor de waarheid en dat het God zelf is die ons naast de waarheid ook de leugen aanbiedt, dan is dit een soort testcase voor ons hart. God dwingt niet, Hij laat de keus aan ons. De keus om Israël weer in het centrum van ons geloof te plaatsen is een keus voor de wet en het willen volbrengen ervan in eigen kracht en staat gelijk aan het vasthouden aan het inferieure oude verbond, hoe goed de bedoeling ook mag zijn. Dit was de spagaat waar de tot geloof gekomen Joden, ofwel Hebreeën, mee te dealen hadden. In hun tijd stond de tempel nog en alle dynamiek rondom de tempeldienst was nog dagelijkse praktijk. De overgrote meerderheid van de Joden hield hieraan vast en dit gold ook voor tot geloof gekomen Joden in Jeruzalem.
5Maar er stonden uit de partij der Farizeeën enigen op, die gelovig geworden waren, en zeiden, dat men hen moest besnijden en gebieden de wet van Mozes te houden.
(Handelingen 15:5)
20En zij loofden God, toen zij dit hoorden, en zeiden tot hem: Gij ziet, broeder, hoevele duizenden er onder de Joden gelovig zijn geworden en allen zijn zij ijveraars voor de wet;
(Handelingen 21:20)
De Joodse gelovigen leefden in de tijd waarin alles rondom het oude verbond nog actueel was terwijl zij wel deel hadden gekregen aan het nieuwe verbond in Christus. Je zou kunnen zeggen dat in deze fase de voortzetting gedoogd werd door God zolang het restant van het oude verbond nog niet was vernietigd. We hebben kunnen lezen dat Paulus aangeeft dat datgene wat verouderd is op het punt staat om te verdwijnen, de vernietiging van Jeruzalem en haar tempel in het jaar 70 maakte definitief een einde aan deze spagaat. Vanaf dat moment is het oude definitief verdwenen. Nu in deze tijd menen dat we terug moeten naar een fysieke tempel in een aards Jeruzalem en een fysiek volk Israël, staat gelijk aan het terug willen draaien van het oordeel dat God toen over het kleine overblijfsel van Israël bracht. Daarmee zeggen we feitelijk dat God er destijds niet goed aan heeft gedaan en nu maar op zijn schreden moet terug keren, het (mindere) oude verbond weer in ere zou moeten herstellen en dat het (betere) nieuwe verbond niet toereikend zou zijn voor ons mensen, al helemaal niet voor Israël en de Joden. Ik hoor het heel vaak: “God heeft een plan met Israël”, wat zegt Jezus hiervan?
16Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. 17Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.
(Johannes 3:16-17)
God heeft van begin af aan een plan gehad met de wereld, Israël heeft daar tijdelijk een rol in mogen vervullen, maar met de komst van Jezus is de specifieke rol van het oude Israël gekoppeld aan het oude verbond uitgespeeld. De opdracht is veranderd, dit is wat Jezus gaf als opdracht aan de nieuw te vormen gemeente:
19Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. 20En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.
(Mattheus 28:19-20)
Jezus Christus alleen, en het plan van God met deze wereld staat centraal, het gaat alleen om Hem.
Jezus alleen!!!!

