Lezen 1 Corinthiërs 1:18 – 2:5
Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden is het een kracht Gods
In dit gedeelte van de brief probeert Paulus ons duidelijk te maken dat wij geplaatst zijn in een totaal andere werkelijkheid dan de mensen om ons heen, met geheel andere principes.
In het gedeelte hiervoor gaat het over de verdeeldheid in de gemeente, die veroorzaakt lijkt te zijn door het “bewandelen van eigen stokpaardjes”. Ieder heeft zo zijn eigen gedachtenlijn met zijn eigen argumenten, gekoppeld aan een persoon die daar het beste bij past:
12…dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Paulus! En ík van Apollos! En ík van Kefas! En ík van Christus!
De gemeente van Korinthe lijkt hier te zijn meegenomen in een manier van denken en redeneren zoals de Griekse wijsgeren in Athene. Ze zijn terecht gekomen in bespiegelingen over het evangelie, echter deze bespiegelingen zijn puur theoretisch en dragen praktisch niets meer bij. Ze zijn verworden tot een soort wijsgerige discussiegroep en de ene is nog lyrischer over zijn verworven inzicht dan de ander.
De kern van het evangelie is volledig zoek.
Dit geldt natuurlijk niet alleen voor de Griekse manier van denken en redeneren in Korinthe, maar dit geldt ook voor elke andere manier van eigenzinnig denken in welke tijd dan ook. Vul zelf maar in welk scala aan mogelijkheden hierin is.
Paulus confronteert deze gang van zaken NIET door hen aan te sporen tot eenheid, (want met deze manier van denken gaat dat toch niet lukken) maar hij brengt hen terug naar Góds manier van denken, die volledig haaks staat op onze verschillende menselijke manieren van denken.
Je zou kunnen zeggen dat de weg naar eenheid niet is die van de verstandhouding, maar de weg die terug gaat naar het hart van God en naar Zijn manier van denken.
Jesaja 55:8-9 zegt:
8 Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des Heren.
9 Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.
God wil zijn Naam bekend maken in deze wereld. Daarvoor kiest Hij een volk en een gemeente die bereid is om “niets” te willen zijn. Dat betekent dat hoe meer van óns zichtbaar wordt hoe meer er een sluier over Gód en de openbaring van Zijn Naam komt te liggen. Maar wanneer wij functioneren als lege kanalen, juist dan kan en zal Hij zich openbaren door ons heen.
Ik heb jaren met de vraag rond gelopen hoe we op een dusdanig aansprekende manier het evangelie aan de man kunnen brengen, dat mensen overtuigd worden van het “gelijk” van het evangelie, en dus wel tot geloof moeten komen.
Veel later heb ik mij moeten realiseren dat we met argumenten, hoe goed ook, een ander nooit zó zullen kunnen overtuigen dat ze echt tot geloof komen. Ik heb moeten leren dat we de ‘Jood en de Griek’ toch niet kunnen overtuigen. Ze ergeren zich alleen maar of vinden het grote onzin.
Ik heb moeten besluiten om het evangelie zelf onverbloemd te onderwijzen in het vertrouwen dat God de rest doet. Ik begreep opeens de woorden van Paulus toen hij zei in 1Kor.2:1-5:
1 Ook ben ik, toen ik tot u kwam, broeders, niet met schittering van woorden of wijsheid u het getuigenis van God komen brengen.
2 Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd.
3 Ook kwam ik in zwakheid, met veel vrezen en beven tot u;
4 mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht,
5 opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God.
Zullen wij, in deze moeilijke tijd, waarin we geconfronteerd worden met van alles en nog wat, dat gebaseerd is op “wijsheid van mensen”, gewoon besluiten om niet anders meer te doen dan simpel Jezus Christus en die gekruisigd, onverbloemd te verkondigen?
Kunnen we accepteren dat als mensen het onzin vinden zoals de Grieken in de tekst, dat dat dan hun eigen verantwoordelijkheid is en niet de onze? En dat wanneer ze zich ergeren zoals de Joden in dit gedeelte, dat dat dan hun probleem is en niet het onze?
Begrijpen we dat als we hier in gaan staan, dat wij dan volledig terug stappen van eigen overtuigingskracht en dat we God gewoon door ons heen Zijn werk laten doen door Zijn Geest?

