Huwelijksverbond

Het huwelijk is in de bijbel een zeer hoog goed en moet dan ook beschouwd worden als “voor het leven”. Jezus geeft dan ook aan naar de farizeeën dat een huwelijk slechts verbroken kan worden als er sprake is van hoererij of overspel.

 3En er kwamen Farizeeën tot Hem om Hem te verzoeken, en zij zeiden: Is het geoorloofd zijn vrouw weg te zenden om allerlei redenen? 4Hij antwoordde en zeide: Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper hen van den beginne als man en vrouw heeft gemaakt? 5En Hij zeide: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en die twee zullen tot één vlees zijn. 6Zo zijn zij niet meer twee, maar één vlees. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. 7Zij zeiden tot Hem: Waarom heeft Mozes dan bevolen een scheidbrief te geven en haar (daarmede) weg te zenden? 8Hij zeide tot hen: Mozes heeft u met het oog op de hardheid uwer harten toegestaan uw vrouwen weg te zenden, maar van den beginne is het zo niet geweest. 9Doch Ik zeg u: Wie zijn vrouw wegzendt om een andere reden dan hoererij en een andere trouwt, pleegt echtbreuk.
(Mattheus 19:3-9)

In de tijd van Jezus waren er twee stromingen onder de rabbijnen, de een die vast bleef houden aan hoererij als enige voorwaarde voor scheiding, terwijl een ander suggereerde dat scheiden onder alle omstandigheden was toegestaan mits de vrouw een scheidbrief kreeg, Mozes had dit immers toegestaan. De farizeeën probeerden Jezus uit de tent te lokken door deel te gaan nemen aan deze discussie. Jezus pareert deze verzoeking door terug te wijzen op Genesis 2 waar de basis gelegd is voor het huwelijk en zich niet direct te mengen in de discussie rondom de scheidbrief. Hij verklaart daarmee dat niet de scheidbrief het onderwerp van discussie zou moeten zijn maar de waarde van het huwelijk.

13In de tweede plaats doet gij dit: gij bedekt met tranen het altaar des HEREN, onder geween en gezucht, omdat Hij Zich niet meer tot het offer wendt, noch het uit uw hand aanneemt als Hem welgevallig. 14En dan zegt gij: Waarom? Omdat de HERE getuige geweest is tussen u en de vrouw uwer jeugd, aan wie gij ontrouw geworden zijt, terwijl zij toch uw gezellin en uw wettige vrouw is. 15Niet één doet zo, die voldoende geest bezit, want wat zoekt die éne? Het zaad Gods. Weest dan op uw hoede voor uw hartstocht, en dat men niet ontrouw worde aan de vrouw zijner jeugd. 16Want Ik haat de echtscheiding, zegt de HERE, de God van Israël, en dat men zijn gewaad met geweldpleging overdekt, zegt de HERE der heerscharen. Daarom, weest op uw hoede voor uw hartstocht en weest niet ontrouw.
(Maleachi 2:13-16)

De HERE geeft bij monde van Maleachi aan dat bij de totstandkoming van een huwelijk Hijzelf daarbij is opgetreden als getuige en dat echtscheiding door Hem gehaat wordt. De extreem hoge standaard die God hier weergeeft zegt niet alleen iets over de heiligheid van het huwelijk, maar ook iets over de trouw van God, die zich ook vertaalt in de trouw van God naar zijn volk, scheiden doe je dus niet zomaar. Als God dan ook aan het huis van Israël de scheidbrief geeft, dan mag duidelijk zijn dat alle verdere opties onmogelijk zijn geworden.

 7En Ik zeide, nadat zij dit alles gedaan had: Keer weder tot Mij; maar zij keerde niet weder; en dit zag haar zuster, Trouweloze, Juda. 8Maar Ik zag, toen Ik Afkerigheid, Israël, ter oorzake van haar echtbreuk, verstoten en haar de scheidbrief gegeven had…
(Jeremia 3:7-8a)

Deze tekst geeft aan dat God heel lang geduld heeft met zijn volk en de deur open houdt, zolang Hij kan. De scheidbrief die aan het huis van Israël wordt gegeven is het allerlaatste in een lang proces van uitnodigen. Ten gevolge daarvan wordt het huis van Israël in ballingschap gevoerd naar Assyrië en is daarna niet meer teruggekeerd. Hosea vergelijkt het huis Israël met Jizreël, deze naam betekent gezaaid, dat betekent dat het huis van Israël is gezaaid onder de volken en daar een integraal onderdeel van is geworden.

8 …dat haar zuster, Trouweloze, Juda, zich niet liet afschrikken, maar heenging en eveneens ontucht pleegde; 9en door haar lichtvaardig gepleegde ontucht ontwijdde zij het land; ja, zij bedreef overspel met steen en met hout. 10En boven dit alles bekeerde haar zuster, Trouweloze, Juda, zich niet tot Mij met haar gehele hart, maar alleen in schijn, luidt het woord des HEREN.
11En de HERE zeide tot mij: Afkerigheid, Israël, heeft zich gerechtvaardigd boven Trouweloze, Juda…
(Jeremia 3:8b-10)

In de tijd van Jeremia was er onder bewind van koning Josia sprake van een soort reformatie, waarbij Josia schoon schip maakte en afrekende met alle heiligdommen en altaren in Juda, wat de tekst hier aangeeft is dat God Juda verwijt dat dit voor het volk slechts buitenkant is. Wij kennen in onze taal het spreekwoord: “Een gewaarschuwd mens telt voor twee”. Juda was getuige geweest van de ballingschap van het huis van Israël , maar dat was kennelijk niet doorgedrongen naar de diepte van het hart, je zou kunnen zeggen dat Juda een zwaardere veroordeling verdient dan Israël. Toch heeft Juda, ondanks dit alles nooit een scheidbrief gekregen en is dus nooit formeel gescheiden geraakt van God. Dat blijkt natuurlijk als na de ballingschap van Juda een deel van het volk heeft mogen terugkeren om het land weer te bewonen en de tempel te herbouwen. God blijft ondanks alles gebruik maken van het nog veel ontrouwere Juda omdat uit haar de Messias moest voortkomen. Het feit dat God kiest voor deze route geeft aan dat Juda ofwel de Joden zich niet een soort status konden aanmeten alsof het hun verdienste zou zij geweest om de Messias voort te brengen, het tegendeel is waar. Het voorrecht waar Paulus over spreekt is dus 100% te danken aan de genade van God

1Wat is dan het voorrecht van de Jood, of wat is het nut van de besnijdenis? 2Velerlei in elk opzicht. In de eerste plaats [toch] dit, dat hun de woorden Gods zijn toevertrouwd.
(Romeinen 3:1-2)

4…immers, zij zijn Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften: 5hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen.
(Romeinen 9:4-5)

Israël, de Joden dus, zijn door God gebruikt in weerwil van zichzelf en niet op basis van wat dan ook in zichzelf. Er kan op basis hiervan dan ook geen enkel recht geclaimd worden voor Israël en de Joden, God heeft dus het recht om een einde te maken aan het verbond waar Juda zich op zou willen beroepen. In de gelijkenis van de pachters in Mattheus 21:33-46 vergelijkt Jezus het Jodendom met mensen die het beheer gekregen hadden over de wijngaard maar haar niet in bezit hadden. In deze gelijkenis wordt de zoon aangemerkt als erfgenaam en dus toekomstig eigenaar en het staat deze eigenaar dan ook vrij om afscheid te nemen van de pachters als blijkt dat zij geen opbrengt genereren voor de eigenaar.

40Wanneer nu de heer van de wijngaard komt, wat zal hij met die pachters doen? 41Zij zeiden tot Hem: Een kwade dood zal hij die kwaden doen sterven en de wijngaard zal hij verhuren aan andere pachters, die hem de vruchten op tijd zullen afleveren. 42Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften:
De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden; van de Here is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
43Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt. 
(Mattheus 21:40-43)

Met deze uitspraak van Jezus is dus een eind gemaakt aan de bevoorrechte positie van het overblijfsel van het volk Israël.

Als we terugkomen op het huwelijk dan mag duidelijk zijn dat aan het huwelijk met het huis van Israël een einde gekomen is op het moment dat  God haar wegstuurde met een scheidbrief. Voor het huis van Juda kwam pas een einde aan het huwelijk toen Jezus, de Bruidegom stierf aan het kruis

 2Want de gehuwde vrouw is door de wet aan haar man gebonden, zolang deze leeft; wanneer echter de man sterft, is zij ontslagen van de wet, die haar aan die man bond.
(Romeinen 7:2)

De dood van de man maakt een einde aan het huwelijk, pas daarna is vrouw vrij om opnieuw te trouwen. Na de vernietiging van Jeruzalem en haar tempel in het jaar 70 staat het Jodendom voor de keus, kies ik alsnog voor een verbond met God, het nieuwe verbond in Christus of ga ik een ander verbond aan. Door Jezus af te wijzen heeft het merendeel van de Joden besloten om een verbond aan te gaan met de geest van de antichrist, alleen een klein gedeelte heeft Jezus wel aanvaard en is dus onderdeel geworden van de universele gemeente van Jezus Christus.

22Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. 23Een ieder, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader.
(1 Johannes 2:22-23)

Door Jezus af te wijzen zijn zij een verbond aangegaan met de leugenaar van de beginne, dat is dus de ultieme tegenstander van God. Johannes legt dit niet alleen uit, maar waarschuwt ons later ook om hen op afstand te houden

7Want er zijn vele misleiders uitgegaan in de wereld, die de komst van Jezus Christus in het vlees niet belijden. Dit is de misleider en de antichrist. 8Let op uzelf, dat gij niet verliest wat wij verricht hebben, maar uw loon ten volle ontvangt. 9Een ieder, die verder gaat en niet blijft in de leer van Christus, heeft God niet; wie in die leer blijft, deze heeft zowel de Vader als de Zoon. 10Indien iemand tot u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis en heet hem niet welkom. 11Want wie hem welkom heet, heeft deel aan zijn boze werken.
(2 Johannes 1:7-11)

Alle beloften die gekoppeld waren aan het huwelijksverbond wat God sloot met het volk Israël ten tijde van Mozes bij de berg Sinaï zijn van tafel nadat beide huwelijken, zowel voor het huis van Israël alsook voor het huis van Juda tot een einde gekomen zijn, de enige optie die zowel Israël als ook Juda hebben is het aangaan van een nieuw verbond en dat is het nieuwe verbond in Christus

 9Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: 10u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen.
(1 Petrus 2:9-10)

Het “eens niet zijn volk” heeft betrekking op alle mensen die niet leven in verbond met God, dat geldt niet alleen voor heidenen maar ook voor Israël nadat er voor hen een einde gekomen aan het huwelijksverbond op de Sinaï. Ondanks het feit dat God genoodzaakt was om een einde te maken aan beide huwelijken is het de genade van God die er voor zorgt dat ook vandaag de deur naar Jezus volledig open is voor iedereen die afstamt van het volk Israël.

14Keert weder, afkerige kinderen, luidt het woord des HEREN, want Ik ben heer over u; Ik zal u nemen, één uit een stad en twee uit een geslacht, en u brengen te Sion, 15en Ik zal u herders naar mijn hart geven, die u zullen weiden met kennis en verstand. 
(Jeremia 3:14-15)

Deze herder slaat op Jezus, de Goede Herder.

Dit bericht is geplaatst in Zonder categorie met de tags , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *