De oorlog in het Midden-Oosten tussen Israël en Hamas, die woedt vanaf 7 oktober 2023 heeft ook in onze kringen veel wakker gemaakt en de vraag weer uiterst actueel gemaakt, de vraag: “Moeten wij bidden voor de vrede van Jeruzalem?” Om de haverklap kom ik weer publicaties tegen die suggereren dat dit van ons gevraagd wordt. Op grond van Psalm 122:6a: “Bidt Jeruzalem vrede toe…”, wordt er van ons christenen verwacht dat wij dit doen. Jeruzalem wordt door velen binnen de christelijke wereld beschouwd als het epicentrum van godsdienstigheid, er wordt heel veel aandacht aan besteed en ook voor ons toekomstperspectief zou Jeruzalem erg belangrijk zijn.
De vraag is echter of in de setting van het nieuwe verbond dit nog van ons gevraagd wordt. Voor een goede analyse van dit verhaal zullen we terug moeten naar de tekst van Psalm 122 en zuivere exegese moeten toepassen. Eerst de tekst maar even:
1Een bedevaartslied. Van David.
Ik was verheugd, toen men mij zeide:
Laten wij naar het huis des HEREN gaan.
2Onze voeten staan
in uw poorten, o Jeruzalem.
3Jeruzalem is gebouwd als een stad,
die wèl samengevoegd is;
4waarheen de stammen opgaan,
de stammen des HEREN.
Een voorschrift voor Israël is het
de naam des Heren te loven.
5Want daar staan de zetels ten gerichte,
de zetels van het huis van David.
6Bidt Jeruzalem vrede toe:
mogen wie u liefhebben, rust genieten;
7vrede zij binnen uw muur,
rust in uw burchten.
8Om mijn broeders en mijn vrienden
wil ik zeggen: vrede zij in u;
9om het huis van de HERE, onze God,
wil ik het goede voor u zoeken.
De tekst begint met een referentie naar “het Huis de HEREN”. Bij dit bedevaartslied zijn de ogen eerst en vooral gericht op de tempel en niet zozeer op Jeruzalem. Jeruzalem is alleen belangrijk in dit verband vanwege het feit dat de tempel daar is. De reden dat we dus de stad Jeruzalem vrede toebidden is vanwege aanwezigheid van de tempel binnen haar muren en de aanwezigheid van God die daar in het oude verbond aan gekoppeld is. Vers 1 roept op om naar het Huis des HEREN te gaan en vers 9 geeft aan dat het is omwille van het Huis van de HERE.
Kijkend naar de huidige situatie dan moeten we als eerste constateren dat er in het huidige Jeruzalem geen tempel is. De beroemde Klaagmuur zou dan een restant daarvan kunnen zijn, maar zelfs dat wordt door sommigen in twijfel getrokken en gezien als het restant van het Romeinse Fort Antonio, maar dat is een discussie waar ik me niet nu mee wil bezig houden.
Jezus doet over de stad en de tempel een aantal opmerkelijke uitspraken
….En zijn discipelen kwamen tot Hem om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. En Hij antwoordde en zeide tot hen: Ziet gij dit alles niet? Voorwaar, Ik zeg u, er zal hier geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden weggebroken.
(Mattheus 24:1b-2)En toen Hij nog dichterbij gekomen was en de stad zag, weende Hij over haar, en zeide: Och, of gij ook op deze dag verstond wat tot uw vrede dient; maar thans is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen over u komen, waarin uw vijanden een bolwerk tegen u zullen opwerpen en u omsingelen en u van alle zijden in het nauw brengen, en zij zullen u en uw kinderen in u vertreden en zij zullen in u geen steen op de andere laten, omdat gij de tijd niet hebt opgemerkt, dat God naar u omzag.
(Lucas 19:41-44)
Jezus spreekt uit dat van de stad en de tempel geen steen op de andere gelaten zal worden. De reden hiervoor is dat de meerderheid van het Jodendom in die tijd niet begrepen had wie Jezus is en wat Hij te brengen had. In het jaar 70 zijn zowel de stad als de tempel met de grond gelijk gemaakt. Flavius Josephus, een Joodse historicus die de verwoesting van Jeruzalem beschreven heeft in zijn boekwerk “De Oorlog van de Joden”, geeft daarin aan dat, nadat de stad veroverd is door de Romeinen de stad dusdanig verwoest was, dat het amper meer te herkennen was dat er ooit een stad was geweest. Keizer Adrianus heeft de stad pas een eeuw later weer herbouwd en de huidige muren zijn pas gebouwd door een kalief van het Ottomaanse rijk rond het jaar 1400. Het huidige Jeruzalem heeft dus, behalve de locatie, niet veel meer weg van het oorspronkelijke Jeruzalem van de tijd van David en de tijd van Jezus.
Naast deze feiten rijst er nog een serieuze vraag die wij binnen de setting van het nieuwe verbond onder ogen moeten zien. In het nieuwe testament is Jezus de tempel en is de gemeente het huis van God. Even twee teksten:
…breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen. De Joden dan zeiden: Zesenveertig jaren is over deze tempel gebouwd en Gij zult hem binnen drie dagen doen herrijzen? Maar Hij sprak van de tempel van zijn lichaam. Toen Hij dan opgewekt was uit de doden, herinnerden zijn discipelen zich, dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en het woord, dat Jezus gesproken had.
(Johannes 2:19-22)Mocht ik nog uitblijven, dan weet gij, hoe men zich behoort te gedragen in het huis van God, dat is de gemeente van de levende God, een pijler en fundament der waarheid.
(1 Timoteüs 3:15)
Er zijn nog wel meer teksten om aan te geven hoe het zit binnen het kader van het nieuwe verbond, maar duidelijk is wel dat er binnen het nieuwe verbond geen fysieke tempel meer is, wij zijn dan ook niet meer gericht op het huidige Jeruzalem, maar op het hemelse Jeruzalem.
Want gij zijt niet genaderd tot een tastbaar en brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind, tot het geklank van een bazuin en tot het geluid van een stem, bij het horen waarvan zij verzochten, dat niet verder tot hen gesproken werd; want zij konden dit bevel niet dragen: Zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het worden gestenigd. En zó ontzaglijk was het verschijnsel, dat Mozes zeide: Ik ben enkel vreze en beving. Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben, en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel.
(Hebreeën 12:18-24)
In deze stad, het hemelse Jeruzalem is blijvende vrede. Wij dienen in deze tijd dan ook te bidden dat er vrede zal zijn binnen de muren van de gemeente, die gekoppeld is aan dit hemelse Jeruzalem, en dat wij als gemeente van Jezus Christus zichtbaar zullen zijn als een stad op een berg. Jezus zegt het zo in de Bergrede:
Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.
(Mattheus 5:14-16)
Hier horen wij op gericht te zijn en hier hoort ons gebed zich mee bezig te houden. Het oude Jeruzalem heeft zijn tijd gehad, het heeft gediend als de centrale plaats waar het volk Israël God kon ontmoeten, maar binnen het nieuwe verbond zijn geen fysieke plaatsen meer, wij komen samen zoals Jezus dat zegt:
…maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders; God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid.
(Johannes 4:23-24)
En dit is niet meer gebonden aan een vaste plek op aarde. De samenkomst van de gemeente van Jezus Christus vertegenwoordigt de tempel van de levende God. Zowel Joden als heidenen moeten hier zijn om God en om Jezus te kunnen ontmoeten.

